2020

Het jaar 2020. We zijn reeds 20 jaar voorbij het magische jaar 2000, het jaar dat in mijn kinderjaren stond voor de verre toekomst. Het jaar waarin de wetenschap en de vooruitgang honger en armoede uit de wereld geholpen zouden hebben, waarin asbest alles brandveilig zou gemaakt hebben, waarin we allen zouden rondzoeven in vliegende wagens op atoomkracht, de wonderbaarlijke energiebron die de menselijke beschaving tot ongekende hoogtes zou tillen. Een onuitputtelijke energiebron die ook wel goed van pas zou komen bij de nieuwe ijstijd die er misschien wel zat aan te komen. Het draaide ietwat anders uit. We zitten reeds een volle twintig jaar in die toekomst, maar de mensheid maakt er nog steeds een onwaarschijnlijke rotzooi van. Don’t get me started over ijstijden of atoomkracht. Het was zelfs niet zeker of we de millenniumbug goed zouden doorstaan, laat staan de koude oorlog, met al onze wetenschap en vooruitgang.

Voor mij persoonlijk was 2019 in ieder geval een jaar van enorme vooruitgang. In 2018 was het nog geen uitgemaakte zaak of ik 2019 zou halen, maar hupla, een nieuw stel longen, en hier zitten we dan. In 2019 ben ik weliswaar tientallen keren naar een ziekenhuis gegaan, maar geen enkele keer was dat niet voor geplande controle of revalidatie. Ik ben geen enkele keer ziek geweest. Vreemd hoe snel een mens dat terug de normaalste zaak van de wereld vindt. De menselijke geest is een wonderlijk iets. Ik neem nog steeds een gigantische hoop medicijnen, op dit ogenblik 118 pilletjes per week. Wanneer je zo’n hele apotheek moet innemen, blijf je natuurlijk niet vrij van enige (momenteel gelukkig eerder beperkte) bijwerkingen. Maar hey, hoor je mij klagen?

Min werkgever (ja, ik heb nog steeds een werkgever) zit niet echt te wachten op mijn terugkeer. Ik vernam dat er in 2020 flink bespaard moet worden. De kans dat ze me opnieuw een loon willen uitbetalen om… ja, om wat eigenlijk te gaan doen? Mijn job is in stukjes gehakt en onder een zevental mensen verdeeld. Ik zou ook fysiek en mentaal bijlange nog geen volwaardige job aankunnen, vrees ik. Voorlopig blijven we maar rustig in de hangmat van de sociale zekerheid liggen. Thuis blijf ik wel bezig met allerlei klusjes en huishoudelijk gedoe, ik heb me nog geen seconde verveeld.

Eén van die klusjes die ik deze week deed, betrof het comfortabeler maken van de hometrainer. Ik wil echt wel opnieuw gemakkelijker korte afstanden kunnen fietsen. Tot aan de bakker, de plaatselijke supermarkt of de halte van tram 20 in Zwijnaarde geraak ik wel, maar het is vrij zwaar en er mag geen al te sterke tegenwind staan of ik geraak niet vooruit. Het ontbreekt me gewoon nog aan spierkracht. Tijdens het ter plaatse trappelen beluister ik graag muziek via de tablet, of gebeurlijk eens een podcast. En zo leek een houdertje voor een tablet aan het stuur van de nepfiets wel een goed idee. Ik moest immers altijd stoppen om een muziekje te zoeken of een reclame boodschap op Youtube te skippen. Ach, het stelt niet veel voor, maar een mens is er toch een tijdje zoet mee. Zoals vaak is denken over hoe je het gaat doen, met zoveel mogelijk gebruikmaking van brol die in het tuinhuis stof ligt te vergaren, al de helft van het werk. Ik diende enkel de beugeltjes te kopen.

Het is vandaag al bijna eind januari, dus we zijn ook al volop bezig met de nieuwe peperplantjes, in kweekbakjes die zelf ook een leutig werkje waren. Alsook heb ik nog een peperplant van vorig seizoen, die in huis overwinterde. In november begon die plots te bloeien en heb ik alle bloeiende takjes weggesnoeid. De laatste rode pepertjes plukte ik in december, waarna ik de plant verder insnoeide. Het plantje ziet er goed uit. Ik ben benieuwd wat dit in 2020 zal geven.

Groeten
Guy

creatief met afval: plantenbakken

Ik had nog een aantal onderwerpen in gedachten om een klein stukje over te maken. Eén daarvan ging over enkele plantenbakken die ik gemaakt heb om op het terras te zetten. Eigenlijk valt daar niet erg veel over te zeggen of schrijven, maar dat heeft me nooit eerder tegengehouden.

Ergens in 2018 hebben we de oude tuinhuisjes vervangen door nieuwe. De oude waren erg goedkope spullen uit een lokale doe-het-zelf zaak. In dit geval betekende goedkoop wel degelijk ‘goedkope brol’, maar de budgettaire beperkingen waren destijds van die aard dat er weinig anders opzat. Ik heb deze destijds samen met mijn vader in mekaar gestoken. De fysieke toestand van ons beiden liet zulks nog toe, toen. Ik vermoed dat dit soort knutselwerk nu, meer dan vijftien jaar en niet onaanzienlijke gezondheidstrubbels later, een zware dobber zou zijn, voor ons allebei. Het waren dus twee goedkope tuinhuisjes, één voor de gebruikelijke tuinhuisbrol en een ander voor kruiwagen en fietsen en dergelijk groot spul. Ze hebben trouw dienst gedaan, zonder twijfel, maar het hout was van bedroevende kwaliteit en na al die jaren was het rot. Het aantal fietsen, en de grootte daarvan, was in die jaren ook toegenomen. Na een hoop intensief van-de-stoel-geval wegens hoeveel zoiets in hemelsnaam wel kost wanneer je het door vaklui laat uitvoeren, en met degelijke materialen, werd hier dus een tuinhuis annex fietsenstalling gebouwd, met één of andere hoogwaardige houtsoort waarvan de naam me nu even ontglipt. (Snel opgezocht: de houtsoort heet padoek. Zeer hard hout, en knaloranje wanneer vers – het wordt gelukkig wel erg snel mooi bruin.)


Het resultaat is geslaagd, al waren er enkele praktische ongemakken doordat ik tijdens de werken weer eens een week of twee in het ziekenhuis opgenomen was. Toen ik uit het ziekenhuis ontslagen werd, waren ze net klaar. Ik kon hierdoor de resten van dat hardhout veiligstellen, en eerlijk gezegd, ik heb misschien iets meer opzijgelegd dan er met zekerheid restjes waren.

Hoe dan ook, na de werkzaamheden had ik enkele mooie resten hardhout. Wat ik al langer had, was het voornemen om voor enkele grotere plantenpotten te zorgen op het terras, om het zonnige gedeelte van het terras te kunnen gebruiken om kruiden en/of extra tomatenplanten te kunnen plaatsen. Dus begon ik maar na te denken en te meten en te schetsen, en uiteindelijk te knutselen. De bakken moesten gemakkelijk verplaatsbaar zijn, een waterdoorlatende onderkant hebben, maar toch gesloten genoeg zijn om aarde en wortels binnen de bak te houden. En uiteraard mocht het allemaal weer niet te veel kosten. Enfin, onderstaande foto’s maken wel duidelijk hoe ik de bakken gemaakt heb. Misschien kan het iemand inspireren

Voor de bodem van de bakken kocht ik deze, om een voldoende waterdoorlatende en vochtbestendige bodem te hebben. Al de rest is gerecupereerd materiaal.
De bodem moet hier nog afgedekt worden met een stuk worteldoek.
De wieltjes onder de bakken komen van drie zulke ongebruikte plantenrollers die ik nog had.
Met de bankirai vloerplanken van de fietsenberging kon ik nog een extra bak maken.
Dit is een vreselijk lelijke plastieken plantenbak die ik gepimpt heb door er de laatste restjes hardhout tegen te schroeven.

Groeten,
Guy

mega-super-de-luxe kweekbakjes

Ik had het al eens vermeld in m’n voorlaatste stukje, maar ik heb dus nieuwe kweekbakjes. Het stelt allemaal niet veel voor, maar ik heb toch iets in mekaar geknutseld dat hopelijk properder en efficiënter zal zijn dan het geklooi van vorig jaar. Ik had al even uitgekeken om een bescheiden propagator te kopen, maar dat bleek allemaal spul te zijn dat ik eigenlijk evengoed zelf in mekaar kon flansen, veel goedkoper, met gebruikmaking van spul dat ik toch al heb.

Vorig jaar zaaide ik de zaadjes van peper, paprika en tomaten in plastieken spulletjes bovenop de radiator. Erg warm warm overdag, maar slechts een graad of vijftien op een koude ochtend. Het werkte best goed, en de meeste zaadje ontkiemden binnen de één à twee weken, maar dat moest toch op een meer gecontroleerde manier kunnen zonder onnozele kosten te doen. Uiteindelijk kan je in de maand mei degelijke tomatenplantjes aan nog geen anderhalve euro per stuk kopen.
Ik vond twee kleine opbergboxen met deksel, van transparant plastiek, die ooit voor weet-ik-veel-wat dienden. Ik had nog wel ergens een temperatuurcontroller liggen, en ik wou ook wel wat experimenteren met LED’jes.

Wat kocht ik nieuw? LED’jes had ik al eerder gekocht had, onder andere voor een upgrade van m’n insectenval. Ik vond op het WWW ook twee kleine verwarmingselementjes die vooral bedoeld zijn als warmtebron in terraria en zo. Het is eigenlijk belachelijk hoe goedkoop sommige spullen ‘made in China’ zijn.

Die temperatuurcontroller had ik ooit uit één of ander afgedankt apparaat op het werk gesloopt, en had ik eerder in een bakje met een contactor en een stopcontact gemonteerd. (Ik heb dit jaren geleden gebruikt om een oude elektrische olieradiator met defecte thermostaat aan te sturen, toen ik mijn huisje begon bewoonbaar te maken, en ik – in die periode als vrijgezel – in koude wintermaanden soms in dat huisje bleef overnachten) Dit kon perfect dienen als temperatuurcontrole en extra veiligheid. Niet dat het te verwachten viel dat de temperatuur met die lichte verwarmingsmatjes met een elektrisch vermogen van ochottekes 7 Watt geweldig de pan zou uitswingen, maar toch.

Dit is dus het resultaat. Ik hoop dat in het ontkiembakje een temperatuur van 30°C zal bereikt worden (de ideale kiemtemperatuur van peperzaadjes is 25 à 30°C), maar een gulle 28 à 29°C zou ook al ruimschoots volstaan.

Het tweede bakje is eveneens voorzien van een beetje verwarming, maar ook van een poging om extra licht te voorzien, bestaande uit LED’jes met de kleuren infrarood, rood, blauw en ultraviolet, alsook een aantal witte LEDs. De dagen zijn in de maanden januari en februari immers nogal kort om tropische planjes tevreden te stellen. Deze verlichting wordt elektrisch gevoed met de 12VDC van een defecte tv-decoder. De decoder werd teruggestuurd naar Proximus, maar de netstroomadapter heb ik wijselijk voor mezelf gehouden. (Een ‘milde anarchist’ noemde een jurylid me ooit, na een spreekbeurt die deel uitmaakte van een sollicitatieprocedure bij het provinciebestuur Oost-Vlaanderen, voor een functie als ‘wetenschappelijk medewerker geluid’. Wellicht had ik even weinig kans gemaakt op deze job, als ik niét geantwoord had ‘Wel, da’s beter dan een WILDE anarchist zeker?’ Maar dit volkomen terzijde.) Die regelbare labovoeding op de foto diende maar om het eens uit te testen, in afwachting van het ter beschikking komen van dit alternatief.

En of dit allemaal zal werken zoals verhoopt? Weet ik veel. Ik ben geen helderziende; en ik zit maar wat amateuristisch te klooien. Ik zal het in ieder geval laten weten.

Nog enkele details – boeieeeuh!:

Groeten,
Guy

Toevoeging 11/02/2020:
Zoals je op de laatste foto kon zien, steekt in elk wc-rolletje een klein label met vermelding van welk plantje het is. Dat zijn kleine kabelbindertjes (‘tie wraps’). Ik had er daarvan nog een klein aantal met zo’n handig labeltje waarop je iets kan schrijven. Aangezien dat wel handig bleek te zijn hiervoor, heb ik maar een extra voorraadje ingeslagen. Dat kan je spotgoedkoop op de kop tikken. Ik vond ze voor een kleine tien euro voor 200 stuks, incl. levering.


Update 28/03/2020:
Na twee en een halve maand onafgebroken in gebruik te zijn, is er een klein probleempje opgedoken in m’n ontkiembakje, en het was eigenlijk te verwachten. De combinatie hoge temperatuur en luchtvochtigheid van 100% zorgden voor schimmel. De wc-rolletjes beschimmelde opeens snel en er hing een muffe geur. Dan maar de hele boel eens goed gereinigd en van verluchting voorzien:

nachtelijke bezoekers

Achter de kippenren is er een terrein met een bosje, en dat maakt deel uit van een strook natuur tussen onze straat en de snelweg enkele honderden meters verderop. Een groot deel van dit stuk groen is moeilijk toegankelijk. Het lijdt geen twijfel dat dit een ideaal schuiloord is voor allerlei dieren. We hebben hier al vanalles zien passeren: ratten, egels, vossen, een eekhoorn, soms een konijn, en zelfs af en toe een verdwaalde ree. Er werden vrij recent ook steenmarters gesignaleerd in Zwijnaarde.
Nu zou ik graag eens weten welke dieren zoal ’s nachts in onze achtertuin komen fourageren. Uit ervaring weten we reeds dat vossen onze kiekens komen pakken, wanneer we het luikje van de kiekenskooi ’s avonds niet sluiten. Maar welke andere fauna loopt daar nog allemaal rond, al dan niet geïnteresseerd in vers pluimvee? Om dat uit te zoeken, heb ik een wildcamera gekocht. Dat is zo’n camera die dag en nacht rondlopend wild kan fotograferen of filmen, ook wel een ‘cameraval’ genoemd.

Ik maakte eerst enig huiswerk, en daaruit bleek dat je best niet de allergoedkoopste koopt – ze verkopen zulke apparaatjes ook soms in ‘den Aldi’ – maar dat het voor hobbygebruik ook niet nodig is om een duur model te kopen. Ik liet me door het WWW wijsmaken dat deze een uitstekende koop zou zijn:

Of dat waar is, zullen we mettertijd wel ondervinden. Het ding heeft een aantal interessante instelmogelijkheden (foto/film, instelbare vertraging, aantal foto’s per ‘burst’, instelbare resolutie). De eerste testen zijn alvast erg positief.
Bij wijze van test heb ik het al eens een nachtje in de buurt van het kippenhok gezet, en meteen al prijs! Er is een op het eerste gezicht vreemdsoortig wezen gefotografeerd.

Helaas staat enkel het achterste van dat dier erop, en op een andere foto precies een deel van de snuit. Je zou denken ‘Maar dat is het gat van een varken!’ Wanneer ik de afmetingen echter schat aan de hand van de stapel dakpannen links en de opschietende takken rechts, moet het beest iets van een 15 à 20 cm hoog zijn. Een mini-nachtvarkentje dus. Op Twitter wist men mij te melden dat het mogelijks een das was. Of gewoon een poes. Ik heb de instellingen van het apparaat wat aangepast: een burst van drie foto’s met een tussenpauze van 10 seconden in plaats van 30 seconden. (Zulke tussenpauze is wenselijk om het SD-geheugenkaartje niet meteen tjokvol foto’s te zetten bij valse detectie of een stel actieve muizen.)
Wanneer het dier nog eens op bezoek komt, hoop ik betere foto’s te hebben.

Daarnet heb ik een klein statiefje gemaakt om het toestel stevig en proper op de grond te kunnen plaatsen. Een op twintig minuten in mekaar gevezen ding met wat restjes geschikt hout en een stevig stuk staaldraad dat ooit het hengsel van een emmer was. Het valt dus ook een beetje in de categorie ‘creatief met afval’. Ik denk dat het wel volstaat om het stevig en proper op een eventueel modderige ondergrond of in gras te kunnen zetten.

De foto’s van toekomstige nachtelijke bezoekers zal ik steeds hieronder plaatsen.

Groeten,
Guy


27/01/20:
Vanochtend vond ik op de camera beelden van een damhert, dat achteloos voorbijwandelt.

Het valt op dat het gras en de poten van het dier goed belicht zijn, maar de kop helemaal niet. De camera stond op de grond, en dat blijkt niet ideaal te zijn. Ik heb een statiefje gemaakt zodat ik de camera tot meer dan een meter hoog kan plaatsen. Desgewenst kan ik het ding ook op de gewenste hoogte aan ‘den draad’ hangen. De bevestiging van het toestel gebeurt eveneens eenvoudig door het over de staaldraad (afkomstig van dezelfde kapotte emmer) te schuiven. Terwijl we toch bezig waren met stukjes hout te zagen, heb ik ook het ‘grondstatief’ van een steviger afdakje voorzien.

intussen ook bevestiging dat je inderdaad beter niet de hele goedkope ‘van den Aldi’ koopt

Ratten en katten:
Er is wellicht onlangs een nest ratten uitgekomen in de buurt, en dat heeft al een heleboel beelden opgeleverd. Eveneens van diverse katten die interesse komen vertonen. Omdat een rat een rat is, en een kat een kat, en ik véél foto’s heb van die beesten, zal ik me beperken tot een selectie.

Koolmeesjes:
De camera kan ook dienen om bedrijvigheid aan nestkastjes te monitoren.

11/04/2020:
Met de ratten was het de voorbije weken wat stilletjes. Nog een heleboel katten passeerden de revue, maar die ga ik hier niet allemaal plaatsen. Gisteren waren er wel twee damherten op bezoek. Helaas stond de camera weer op de grond, om zoogdieren van een ietwat kleiner formaat te capteren.

28/07/2020:
De voorbij maanden zijn er nog een aantal nachtelijke bezoekers opgedoken. Natuurlijk komen die dieren niet netjes poseren voor de camera, en zijn ze vaak onduidelijk op de achtergrond te zien. Of ze staan gewoon helemaal niet op de foto of het filmpje, of enkel met hun achterkant, omdat de camera minstens een halve seconde tijd nodig heeft om te reageren. Te herkennen: egel, (steen?)marter en vos.

13/02/2021:
Vorige nacht was de camera nog gericht op enkele korsten oud brood die ik daar voor de vogels gegooid had. Die korsten waren deels blijven liggen, en zo kreeg ik eindelijk eens mooie beelden van deze bezoekers die hier ’s nachts vaak passeren:

Voor wie zelf ook zo’n toestel wil kopen, nog de volgende tip:
Intussen is dit soort apparaatjes flink goedkoper geworden. M’n exemplaar geeft een lichte rode gloed bij het maken van nachtelijke beelden. Sommige dieren kunnen daarvan opschrikken. Nu koop je voor dezelfde prijs al een zogenaamd “no glow” toestel, wat toch te prefereren is. Ook de reactietijd is bij nieuwe toestellen in die prijsklasse vaak al een stuk beter. Hoe langer de reactietijd, hoe groter de kans dat de vogel gaan vliegen is vóór het apparaat een foto kon nemen.

bricoleren

Vorig jaar begon ik voor het eerst met peper, paprika, tomaten en ander spul zelf vroeg in het jaar voor te zaaien, en daartoe gebruikte ik allerlei afvalspul om dit zo goedkoop mogelijk te doen, en nog liefst van al zo gratis mogelijk. Noem het ecologisch bewustzijn, creatief met afval, of voor mijn part ordinaire gierigheid. Ik, van mijn kant, hou het liever op een combinatie van de drie, al is het ook een beetje een sport. Wanneer ik materiaal, dat door mentaal gezonde mensen doorgaans zonder veel omhaal in de vuilbak gekieperd wordt, gebruik als alternatief voor iets wat je voor een halve appel en geen enkel ei kan kopen in iedere doe-het-zelf zaak of plaatselijk tuincentrum, dan voelt dit ook een beetje aan als een minieme doch lovenswaardige overwinning op de meedogenloze wegwerpmaatschappij en bij uitbreiding op diens kapitalistische uitwassen. Van dit soort zelfoverschattende overdrijvingen is nog nooit iemand doodgegaan, vermoed ik. Maar goed, zoals je kan nagaan in “plastieken brol” had ik een hele mikmak van plastieken potjes, wc-rolletjes en andere potentieel nuttige voorwerpjes verzameld, teneinde daarin zaadjes tot ontkieming te brengen.

Dat werkte allemaal wel, en zoals wel vaker het geval is: het ene al beter dan het andere. Op een jaar tijd ziet een gemiddeld huisgezin echter veel meer plastiekafval passeren dan goed is om lang bij stil te staan, en dienen talrijke mogelijkheden zich aan om de verzameling potjes te upgraden tot een coherenter en tevens praktischer geheel. Ik wil enkel de zaaibakjes overhouden die hoog genoeg, stevig genoeg, en goed stapelbaar zijn, en dus hield ik even kuis. Het toeval wou dat precies in die week de PMD-ophaling de P+MD-ophaling werd, en mochten er meer soorten potjes en folie ter recyclage aangeboden dan voorheen. Bijgevolg kon ik met een gerust gemoed een heleboel voormalige kweekpotjes weggooien.

Wat me vorig seizoen geregeld ambeteerde, was dat ik geen fatsoenlijke voorziening had om teelaarde in de wc-rolletjes te doen, de wc-rolletje-zaaisels te verspenen in een klein potje, en voor andere gelijkaardige bezigheden. Telkens zat ik gehurkt in de aarde te wroeten, en bij gebeurlijke last aan de knieën ging ik op een speelgoedkrukje zitten, wat het evenwel nog steeds niet comfortabel maakte. De zaaisels stonden in de serre ook op de grond. Echt praktisch was dat toch niet allemaal.

Je kan natuurlijk daartoe bestemde tafeltjes kopen, maar ja, kopen… Ook zijn die dingen steevast te groot om in m’n piepkleine serre te zetten. Zo’n tafeltje zou zonlicht afnemen van de planten op de grond en in de weg staan van opgroeiende tomaten. In een boekje van VELT, dat ik even te leen had van m’n schoonvader, moestuinier op jaren, zag ik evenwel plots het licht in de vorm van een tip: een tafeltje hoeft geen vast tafelblad te hebben. Soms kan een mens zich dom voelen: waarom had ik daar zelf nog niet aan gedacht? Ik heb dan maar iets in mekaar geknutseld met enkele restjes panlatten en andere overschotjes. Het heeft geen tafelblad, en alles wat ik nodig heb kan tijdelijk bij wijze van tafelblad op/in het frame geplaatst worden, op twee niveau’s. In de zomer blijft het frame gewoon staan. De planten kunnen dan door de tafel heen groeien, en wat ik dan nog in potjes zaai, hoeft ik niet op de grond te zetten.

Groeten,
Guy

Toegevoegd op 23/01/2021:
Volgende foto’s laten zien hoe het tafeltje het hele jaar in de serre blijft staan en de planten ongehinderd erdoor kunnen groeien, terwijl het toch nog kan gebruikt worden om zaaigoed op te zetten.

some say tomahto some say tomayto – deel II

Het is momenteel nogal stillekes in mijn klein lochtingske. Behalve enkele rode bieten en wat peterselie is daar niks meer te zoeken. Kleine potjes en stekjes die op het terras stonden, zijn verhuisd naar de serre om winterse koude te trotseren, en bij vriestemperaturen krijgen ze nog een deken over zich heen in de vorm van een vlag met het bedrijfslogo van m’n geliefde werkgever. Ik heb jaren geleden, toen het bedrijfslogo weer eens veranderde en ik nieuwe vlaggen liet maken, enkele oude vlaggen meegenomen naar huis, in plaats van ze weg te gooien. Enfin, oude… ze zaten nog in de verpakking. Zo’n vlag is gemaakt van een lichte doch stevige stof, en ik gebruik die voor verschillende dingen. Bijvoorbeeld om de zaagmachine op te zetten wanneer ik een hoop stoofhout moet verzagen, zodat het gras niet vol zaagsel ligt. Of om het snoeisel van de klimop van de afsluiting op te vangen. Of om voor de serre te draperen bij extreem warm weer. En dus ook om plantjes wat extra vorstbescherming te geven.

Eergisteren, na de eerste nacht met stevige nachtvorst, heb ik iets bijgeleerd. In ons tuintje staat een ginkgo biloba. Zo’n ginkgo is best een mooie boom, en ook bijzonder, in die zin dat het een loofboom noch naaldboom is. Het is de enige soort die nog overblijft van een aparte prehistorische familie van planten. Zie ook Wikipedia, mocht het je onverhoopt iet of wat interesseren.  Dinsdagochtend zag ik dat die boom héél veel bladeren verloor, als een soort regen van gouden bladeren, en tegen de middag was de boom helemaal kaal. De avond ervoor was er nog bijna geen enkel blad afgevallen. Blijkt dat het typisch voor de ginkgo is, dat die in de herfst alle bladeren ongeveer op hetzelfde moment verliest, soms op enkele uren tijd. Die boom staat daar nu al een kleine 15 jaar, maar ik had dat nog nooit gezien.

het was wel gemakkelijk dat alles in één keer kon opgeruimd worden
(de kiekens waren trouwens erg blij met enkele kruiwagens
verse bladeren om in te scharrelen)

Maar goed, luidens de titel boven dit stukje zouden we het over tomaten hebben. Ik had deze gezaaid op 8 maart. Wat hebben we intussen geleerd? Het was de juiste datum om tomaten in huis te zaaien. Je zaait ze best 8 à 10 weken vooraleer je ze buiten kan uitplanten, en dat is normaal gezien rond half mei. Als je ze vroeger zaait in huis, moet je ze voldoende plaats en licht kunnen geven, en ze zijn dan klaar om te planten op het ogenblik dat er nog teveel kans op nachtvorst is. Het mengsel waarin ik ze zaaide was wellicht niet zo ideaal, en misschien konden ze wat meer licht en voeding gebruiken tijdens de weken dat ze in huis stonden. Je ziet op de foto’s dat ze wat een de bleke kant waren, toen ze naar buiten mochten. Je kan groeilampen kopen om ze binnen meer licht te geven, maar ik opteer ervoor om het zo low-budget mogelijk te doen. Ik ga wel wat experimenteren met een superzuinige en kleine LED-verlichting, die ik zelf ik mekaar knutsel. Gewoon als klein beetje extra licht na het ontkiemen.
In deel I, dat je doodgewoon hier kan terugvinden, waren we geëindigd met de eerste bloemetjes zo rond eind mei/ begin juni. Vanaf dan gaat het eigenlijk snel. Tomaten zijn zo leutig om zelf te kweken: vrij veel oogst, gespreid over een maand of drie, en je kan er heel veel mee doen. Eigenlijk zou ik graag nog méér tomaten kweken, maar de plaats in de serre is beperkt: er stonden zeven tomatenplantjes in. Dat ging allemaal goed, al viel het aantal kleine tomaatjes wat tegen, zowel bij de gele als de rode. Maar verder: kilo’s tomaten van die enkele planten. De laatste heb ik geoogst ergens in oktober.

Er stonden ook tomaten buiten de serre. De oogst daarvan was een pak minder. Er kwamen wel veel vruchten aan, maar de kerstomaatjes (kers-tomaatjes, niet te verwarren met kerst-omaatjes) barstten snel, en de grotere tomaten werden snel bruin en oneetbaar. Zelfs al waren de weersomstandigheden volgens mij vrij gunstig, zeker de helft van die buitentomaten onderging het sombere lot van verbanning naar de donkere muil van het compostvat, alwaar totale verrotting onverbiddelijk hun deel werd. Rijpe vleestomaten met een bruine plek op, zijn wel nog perfect bruikbaar voor soep of saus, gewoon het bruine stuk afsnijden. Bij die vleestomaten is het ook steeds uitkijken naar de binnenkant. Ze rijpen van binnenuit, en soms gebeurt het dat ze vanbinnen al zwarte plekken krijgen terwijl er aan de buitenkant niks te zien is. Rood vanbuiten en rot vanbinnen, om één of andere reden moet ik daarbij spontaan denken aan de voormalige Brusselse burgemeester Mayeur, die overigens – net als die rotte tomaten – ook in een gapend zwart gat verdwenen is. Maar we dwalen weer enigszins af. Vleestomaten niet gewoon in de pot gooien zonder eerst binnenin te kijken. Slechte stukken wegsnijden, de rest mag in de pot. Wanneer ik eens wat geschikt afvalmateriaal heb, ga ik een eenvoudig afdakje maken voor de tomatenplanten buiten de serre. Dat helpt al veel.  Ja, ik weet het, tegenwoordig kan je van die goedkope plastieken serretjes kopen. Maar dat is brol. Het frame is erg licht en heel zwak, en de plastiekfolie is na twee jaar ook al niet veel meer waard. Wegwerpserres als het ware. Als ik brol wil, zal ik zelf wel iets in mekaar steken met een hoop… andere brol.

Ook op het terras had ik enkele tomatenplanten gezet, in bakken. Laat ons, bij wijze van understatement, zeggen dat het geen groot succes was. Ik had het lumineuze idee om in elke bak ook stinkertjes te planten. Ik denk dat die alle voedingsstoffen van de tomatenplanten afpakten – en hop, daar is Mayeur weer! Ze groeiden in ieder geval veel beter dan de tomaten. En misschien was twee tomaten per pot wat te optimistisch. Volgend jaar probeer ik opnieuw, maar gewoon met één tomatenplant per pot.

En dan gaan we nu over naar de prentjes!

In september werd het erg regenachtig. De tomaten die nog buiten hingen en nog niet rijp waren, zouden rotten. Die heb ik geplukt om binnen verder af te rijpen: luchtig en droog op krantenpapier, op het fruitrekske in het waskot.
In de serre kon ik eind oktober nog de laatste tomaten oogsten.

Groeten,
Guy

reclame – over banners en borden

Onlangs kwam ik op ‘mijn klein lochtingske’ terecht zonder aangemeld te zijn, en zag ik de site zoals bezoekers – mochten die er zijn – ze zien. Het was een beetje vreemd om daar een advertentie bij te zien. De gedachte dat iemand betaalt om te adverteren, en de advertentie komt dan mede terecht op deze geheel van bezoekers verstoken plaats, waar het zelfs niet de bedoéling is dat er veel volk komt naar kijken, vond ik wel grappig.  Zelfs ikzelf krijg die advertenties niet te zien wanneer ik hier iets schrijf. Ik hoop voor de adverteerder dat zijn advertenties ook op drukker bezochte plaatsen verschijnen, maar dat zal vanzelfsprekend wel. Het kan me overigens geen hol schelen hoe goed of slecht het geld van die adverteerder besteed wordt. Zulke commerciële advertenties zijn meestal toch maar vervelend tot ronduit irritant.

Nochtans heb ik zelf ook reclameborden hangen in huis en op ons terras. Bij m’n bescheiden lochtingske hoort ook een bescheiden woning. Toen ik dit huis kocht was het een nog veel kleiner huisje. Een klein bouwvallig krot, geheel conform mijn toenmalig budget. Maar de tuin en het uitzicht spraken me aan, alsook de ligging vlakbij m’n toenmalige arbeidsplaats. Dat ik me niets duurders kon veroorloven, speelde natuurlijk ook een rol van formaat. Er moest flink wat verbouwd worden om het bewoonbaar te maken, en wie verbouwing zegt, zegt ook graven. Naast m’n huis was er ooit een gracht. Die bestaat nog steeds, naast de lochting, maar naast het huis is die gracht dichtgegooid met steenpuin. Ik vond daar een aantal oude emailborden, die samen met dat steenpuin in de gracht gegooid waren. Natuurlijk heb ik ze uit de grond gehaald. Best mooie exemplaren, al zijn er natuurlijk beschadigingen door de tand des tijds en door het omringende steenpuin.

deze vind ik de mooiste

Ik vind ze te mooi om weg te doen, dus heb ik ze opgehangen. Vier stuks hangen in de inkomhal, en de overige drie heb ik opgehangen aan de afsluiting naast ons terras.

Een blik op eBay en andere tweedehandssites leert al snel dat deze niet geheel waardeloos zijn, al moet je je daar nu ook geen fenomenale bedragen bij voorstellen. Het gaat in de orde van grootte van honderden euro, misschien allemaal samen wel duizend. De borden zijn gemaakt in de vroege jaren ’50 – het jaartal staat erop vermeld. Dergelijke emailborden zijn behoorlijk in trek bij verzamelaars, en bij mensen met een discutabele smaak – al valt over smaken bij voorkeur niet te twisten – die het eerder gewoon decoratief willen gebruiken, zoals ik dus.

van deze heb ik er twee – de mooiste van de twee hangt in de inkomhal

Een huisje dat destijds gelijkaardig was aan dat waar wij nu wonen, een vijftigtal meter verderop, was vroeger één van de vier cafés in onze nochtans niet zo druk bewoonde straat buiten het toenmalige dorpscentrum. De Vlaamse cafécultuur… beslist canonwaardig. (Misschien is dat wel de reden waarom de voorbije jaren zovele NVA-prominenten ladderzat uit hun auto gehaald werden: zij leven gewoon volgens hun Vlaemsche canon.) Intussen is het eens zo landelijke dorp een randgemeente geworden, versmolten met de leutigste stad van het land, en zijn bijna al die dorpscafés verdwenen. Ons huizeke was trouwens een soort kruidenierswinkeltje in die tijd, en soms was de grens tussen winkeltje, café en woonhuis nogal vaag. Op een dag stond de buurvrouw, een al wat oudere dame, naar die borden in mijn gang te kijken, en zei ze “Ik heb daar misschien nog een foto van, van vroeger”. Even later stond ze terug aan de deur met een kopie van een oude foto van niet zo goede kwaliteit. Op die foto: dat intussen afgebroken winkeltje, met naast de deur één van de emailborden die nu, na tientallen jaren in de grond, bij ons in de gang hangen.

Het dorp is geen dorp meer, de kleine cafés en winkeltjes zijn voorgoed verdwenen, maar die reclameborden zijn er nog. Ze zullen mij wellicht overleven, en nog generaties na mij.

Groeten,
Guy

Toevoeging 29/05/2020:
Jaren geleden was het mogelijks een goed idee om die borden aan de afrastering te hangen, om de doorkijk te beperken. Intussen is de afrastering allang helemaal begroeid met klimop, en hingen ze daar wat ongelukkig. Ik heb ze dan maar een nieuw plekje op het terras gegeven:

tuinbonen (labbonen) en mangetouts (peultjes, sluimererwten)

Het is misschien een beetje laat op het jaar om over tuinbonen en mangetouts te beginnen, maar wie ben ik om mij daar noemenswaardige zorgen over te maken. Als ik niet zeur over tuinbonen, dan zeur ik wel over iets anders. Of zeur ik op Twitter godbetert wat over politiek.  Nee, serieus, al dat extreemrechts en racistisch gejank op Twitter hangt me soms wat de keel uit. En dan tweet ik soms iets over mijn gedoe met plantjes, en dat is veel plezanter. Ik tweette eind 2018 eens over hoe enthousiast ik uitkeek naar het volgende lochtingseizoen, terwijl ik aan het revalideren was nadat ik een hele tijd flink in de kreukels gelegen had. Iemand raadde me daar aan om eens tuinbonen te proberen.

Met de tuinbonen ben ik begonnen tijdens de eerste week van februari. Mijn schoonvader, nochtans zelf een langdurige moestuinier, was heel verbaasd toen ik hem vertelde dat ik daar op dit onzalig vroege tijdstip, midden in de winter, reeds mee begon. Na m’n voorbereidend huiswerk was ik evenwel tot het besluit gekomen dat dit wel degelijk de juiste periode was, tenminste wat het voorzaaien in een serre betreft. En ook: het was een behoorlijk zachte februarimaand.

Ik had een heleboel kleine potjes met aarde gevuld, in elke potje een boon gestopt. Nadien viel dit gemakkelijk buiten uit te planten, tussen stokken waaraan ik touwen kon vastmaken om de redelijk hoge planten enigszins recht te houden. Jazeker, het WWW is een geweldig leerrijk medium. Zonder het internet had ik nooit tuinbonen gezaaid. Vooreerst had ik niet van het bestaan van deze groente afgeweten, laat staan dat iemand me via sociale media getipt had om dit vast en zeker eens te proberen.

begin februari voorzaaien in de serre – dit stond eigenlijk wat te nat

En wat hebben we geleerd? De voorgezaaide bonen niet te vochtig houden! De potjes stonden allemaal in grote schalen, omdat dat gemakkelijker is om de hele reutemeteut te verplaatsen. Die schalen stonden op de aarde in de serre niet helemaal vlak, waardoor water zich verzamelde aan de laagst gelegen kant. De bonen daar bleken naderhand allemaal verrot in plaats van ontkiemd. Niet zo erg, ik had er genoeg. Een dikke maand later konden de plantjes buiten uitgeplant worden, en…. groeien maar!

Vanaf begin juni kon ik beginnen met oogsten. Zo’n tuinboon wordt een flinke joekel. Het gaat echter niet om de peul, maar om de bonen die daarin zitten. De peul wordt niet gegeten. Het bereiden is wel een beetje prutswerk: de bonen uit de peulen halen, koken, voorzichtig de harde pel van de boon verwijderen. Maar het is plezant en vooral lekker om een flink handvol van die bonen in een slaatje te verwerken.

Ik was ook van plan om nog eens peultjes te zaaien, te onzent ook wel mangetouts genoemd. Enkele jaren geleden had ik dat al eens heel bescheiden geprobeerd, maar dat was geen groot succes, om niet te zeggen een totale mislukking. Ik oogstte de eerste peultjes te laat, waardoor ze te groot, hard en draderig waren. Toen vertrokken we op reis (ik heb geen flauw idee meer waarheen de reis ging), en toen we terugkwamen waren de peultjes niet meer te vreten.  Ik heb wel nog enkele planten verder laten groeien, voor boontjes als toekomstig plantgoed.

Dezelfde dag dat de tuinbonen geplant werden, heb ik ook de mangetouts gezaaid, na enkele uren voorweken. De ene kant van de draad (naast een kiekendraad of zo planten, want anders kunnen mangetouts niet omhoog groeien) kwam zaaigoed dat ik in de winkel gekocht had, aan de andere kant de bonen die ik nog had van m’n mislukte poging een jaar of drie tevoren. En uiteraard moet je bonen en dergelijke beschermen tegen hongerig gevogelte. Zodra de boontjes boven de grond komen piepen, worden ze uitgepikt door duiven en andere gevleugelde beesterij. Blijkbaar zien de opkomende plantjes eruit als een vette lekkernij, de kutbeesten trekken ze uit de grond, proeven eens, besluiten dat het niet lekker is, en laten het kapotte scheutje vervolgens gewoon liggen.

Opvallend: de oude zelf gewonnen bonen zijn zowat allemaal uitgekomen, maar van de nieuwe gekochte is er bijna geen enkele ontkiemd. I must have done something wrong there, ofwel deugde het zaaigoed niet, maar het zal niemand verbazen dat ik gok op het eerste.

Soit, uiteindelijk toch een behoorlijke oogst gehad. Ook de mangetouts zijn heel geschikt gebleken om te verwerken in een slaatje, maar ik heb ze toch vooral gebruikt als groente bij de ‘Oosterse’ wokgerechten die ik het voorbije jaar trachtte te koken. Zolang je de peultjes maar niet te groot laat worden, kan je er best wel leutige dingen mee doen. Ik oogstte ze vanaf juni, wanneer ze 4 à 6 cm lang en nog heel plat waren. Zodra ze groter worden of de boontjes zich beginnen te ontwikkelen, is het te laat en zijn ze te draderig. Al zal dat wel van de variëteit afhangen, doch ik ben ook maar een onwetende amateur die zomaar wat probeert. En uiteraard heb ik ook nu de peulen die ik niet tijdig oogstte, gewoon laten hangen voor nieuw plantgoed.

Momenteel hebben we nog de laatste restjes van beide peulvruchtensoorten in de diepvriezer zitten. Het zijn dankbare groentjes. Bijkomende lochtingpret is dat dit vroege groenten zijn en dat je na de laatste oogst (dat was hier rond eind juli) nog iets anders op dezelfde plaats kan zetten. Volgend jaar opnieuw!

Groeten,
Guy


PS: Nu ik eraan denk; ik heb de persoon in kwestie nooit bedankt voor de tuinbonentip. Snel even in orde brengen!

Ok, Nieuw-Zeelandse spinazie… we’ll think about it…

peper en paprika: the amazing great picture gallery

paprika in serre – 19/09/2019

Schreef ik nu toch wel stukjes over m’n belangwekkende avonturen met peper en paprika zonder te controleren welke foto’s er nog op m’n tablet stonden zeker! Zowat alle foto’s uit m’n klein lochtingske zijn genomen met een tablet. Voor m’n dagdagelijkse telecommunicatie gebruik ik nog een dumbphone, bij gebrek aan smartphone. De mensen die mij kennen, en zeker de mensen die me niet kennen, vermoeden vermoedelijk dat ondergetekende gewoon de interessante wil uithangen door enigszins contrair te doen qua telefoongebeuren. Volgens mij klopt dat niet, maar ik sluit niet uit dat de mensen die mij kennen, en zelfs de mensen die me niet kennen, me beter kennen dan ikzelf.
Ik heb een decennium lang een Nokia 3310 gehad, en toen die uiteindelijk finaal de geest gaf, bevond ik me in een situatie waarin ik dag en nacht bereikbaar moest zijn en ik me geen telefoon met een platte batterij wou riskeren. Op de wachtlijst voor longtransplantatie en zo. Dus kocht ik de nieuwe versie van die 3310. Om de twee weken hang ik die eens aan de oplader, en nog nooit een platte batterij gehad.

Eerlijk gezegd zit ik ook niet te wachten op een smartphone. Jazeker, zo’n ding heeft talloze mogelijkheden en tierelantijntjes, de ene al verbazingwekkender dan de andere, maar ik geloof ook nogal sterk in de Wet van Behoud van Gedoe. Anyway, die telefoon mag dan wel een uitstekende accu hebben, maar de camera is toch iets van den hond zijn gat. Om maar te zeggen: ik neem tegenwoordig vooral foto’s met de tablet. Omdat ik die foto’s niet allemaal op die tablet wil laten staan – op de duur vind je tussen het bos de bomen niet meer terug – gooi ik die hier maar op WordPress, en kan ik ze zonder enige wroeging van die tablet deleten.
Of die foto’s dan zo belangrijk zijn dat ze voor het nageslacht moeten bewaard worden? Ba nee gij. Ik ga ervan uit dat die foto’s op die manier gewoon nog enkele jaren beschikbaar zijn voor mezelf, voor het geval ik onverhoeds een vreemde maar onweerstaanbare aandrang zou krijgen om ze nog eens te bekijken, zonder dat ik ze zelf moet opslaan en overzetten en back-uppen en weet ik veel wat allemaal, en voor de rest kan het me maar weinig schelen.
Maar misschien kunnen die foto’s anderen dan ter lering en vermaak dienen, hoor ik u al denken. <irony> Ja hoor, da’s zeker dat! </irony>

puntpaprika in de serre – om niet af te breken door het gewicht van de paprika’s krijgen de zwaarste takken wat steun met een touwtje – 27/08/2019
de puntpaprika’s in de serre krijgen een prachtige rode kleur als je ze lang genoeg laat hangen – 24/10/2019
deze vruchten hangen aan een plant in een pot op het terras – ook ‘gewone’ paprika verkleurt van groen naar rood wanneer je genoeg laat rijpen – 19/09/2019
tussen het groene en rode stadium zien ze er minder mooi uit – dezelfde paprika negen dagen eerder – 10/09/2019
deze paprika wordt bijna zwart alvorens hij van groen naar rood verandert – serre – 24/10/2019
geregeld oogstte ik 15 à 20 pepertjes om in kleine stukjes gesneden in te vriezen – 22/08/2019
twee peper- en een paprikaplant op het terras in een bloembak die te klein was om veel opbrengst te geven (de bak is kleiner dan hij eruitziet) – 20/06/2019
in de linkse vierkante bak staan twee peperplantjes en een stinkertje – wist ik veel dat die laatste zou snel zou groeien en zo groot zou worden dat de andere plantjes bijkans verstikten – 18/05/2019

Bwa, zo veel foto’s blijken dat nu toch niet te zijn, zou een kritische lezer nu wellicht ontgoocheld denken. Gelukkig is dat niet erg, want ik heb hier geen kritische lezers. Meer nog: ik heb helemaal géén lezers!

M’n vorige krabbels over peper of paprika vind je hier:
https://mijnemoestuin.home.blog/2019/10/23/paprika/
https://mijnemoestuin.home.blog/2019/10/18/pepertjes-deel-ii/
https://mijnemoestuin.home.blog/2019/02/07/pikantigheid-met-peper/

Groeten,
Guy

paprika

De vorige keer deed ik via dit medium de wereld kond van mijn bescheiden probeersels met peperplantjes, want de wereld zat daar ongetwijfeld op te wachten. En wie peper zegt, zegt ook paprika. Enfin, misschien ook niet, weet ik tenslotte veel. Het is in ieder geval dezelfde plantenfamilie Capsicum Annuum, en je kan het ongeveer op dezelfde manier kweken. Hollanders noemen pepers soms ‘hete pepers’ en paprika’s ‘zoete pepers’. Maar vertrouw Hollanders nooit blindelings wanneer het over eten gaat.

twee paprikaplantjes in de serre, gecamoufleerd door rucola en klaver, op 8 juni

Ik gebruik heel vaak paprika. Ik weet nog dat ik daar als kind niet al te gek van was, en ik was soms langer bezig met minuscule stukjes uit m’n eten te pietsen dan ik daadwerkelijk aan het eten was. Heden te dage gebruik ik zowat twee keer per week paprika bij het koken, dus vond ik het zeker de moeite waard om het zelf eens te proberen kweken. Daarnet heb ik de laatste gewone paprika’s en één van de laatste puntpaprika’s gebruikt om spaghettisaus te maken. Aan de bijkans lyrische reactie van vrouwlief te horen, was ik niet de enige die de saus heerlijk vond. Al sluit ik niet uit dat ik de zaken hier mogelijks enigszins overdrijf.
Het zijn de laatste paprika’s van het seizoen, de dagen zijn al flink gekort, en het is al enkele weken regenachtig en frisjes, wat maakt dat de laatste exemplaren vrij klein waren. Twee stuks hingen aan een takje dat onder hun gewicht bezweken was. De puntpaprika had wél een aardig formaat. Er hangen op dit ogenblik nog drie van die lange paprika’s in m’n kleine serre. Die zijn vast en zeker op vooraleer het nog kouder wordt.

Ik heb m’n zaadjes gewoon uit supermarktpaprika’s gehaald. Op het WWW lees je dan steevast waarschuwingen over hybride variëteiten die onvruchtbaar zijn of die allerlei misbaksels voortbrengen. Niks van gemerkt, zowel de zaadjes van de gewone paprika als van de zogeheten puntpaprika brachten, voor zover ik kan beoordelen, vrij normale vruchten voort.

De zaadjes zijn gewoon op een velletje keukenpapier gedroogd, en in een papieren omslag bewaard in een bakje bij m’n andere zaadjes.

Begin februari heb ik zaadjes enkele dagen laten voorweken in een potje water op de radiator, in een wc-rolletje met aarde gedaan, en in een plastieken potje (zie ‘plastieken brol‘) terug op de radiator gezet. Het ontkiemen ging heel vlot.

Zo zag het raam op de eerste verdieping dus eruit op 6 februari. Ik denk dat ik dit het komende jaar iets rustiger ga aanpakken 😉 Van veel zaken is het zinloos gebleken om al zo vroeg te zaaien.

De plantjes groeiden traag, de dagen waren immers nog kort en de nachten fris. Des huizes wordt de verwarming ’s nachts immers zo goed als afgezet, behoudens een minimumtemperatuur van een graad of veertien. Eind maart kon ik de plantjes verspenen naar kleine bloempotjes, die nog steeds in huis bleven. In het voorjaar van 2020 zal ik de plantjes wellicht sneller kunnen laten groeien dankzij m’n in mekaar geflanst klein verwarmd en verlicht kweekbakje.

Zodra de kans op nachtvorst definitief geweken was, half mei (de ijsheiligen!), heb ik twee plantjes (één ‘punt’ en één ‘gewoon’) in de serre geplant, en twee stuks ‘gewone’ in een pot op het terras. Net als bij de pepertjes was dit misschien wat vroeg om buiten te zetten, want vooral de nachten waren soms nog redelijk koud. Maar enkele weken later werd het warmer, groeiden de planten, en kwamen er bloemetjes en vruchten aan. Even lichte ongerustheid toen de groene paprika’s donkere, bijna zwarte vlekken begonnen te vertonen, maar dat bleek gewoon de overgang van groen naar rood te zijn. Net als bij pepers geldt hier: je kan ze groen oogsten en eten, of je kan wachten tot ze rood zijn.

in de serre – 23 april
terras (tussen twee peperplantjes) – 18 mei
(deze plantenbak was trouwens wat te klein – slechts drie kleine paprika’s)

Wat me wel duidelijk geworden is, is dat de zomer in ons Belgenlandje eigenlijk veel te kort is voor zulke planten. Ze zijn gezaaid begin februari, en het grootste deel van de oogst was pas in september en oktober. Ik veronderstel dat ik veel meer kan oogsten als ik de plantjes meer voorsprong geef vóór de zomer. Ik ga proberen om ze, samen met de pepertjes, reeds in januari te zaaien, en ze ook meer licht en warmte te geven in die vroege voorjaarsmaanden. En zeker niet naar buiten brengen als de nachten nog te koud zijn. Vele tientallen paprika’s zullen in 2020 ongetwijfeld mijn deel zijn!

zaaikalender voor paprika volgens ‘Diana’
zaaikalender voor paprika volgens VELT

Groeten,
Guy