tuinbonen (labbonen) en mangetouts (peultjes, sluimererwten)

Het is misschien een beetje laat op het jaar om over tuinbonen en mangetouts te beginnen, maar wie ben ik om mij daar noemenswaardige zorgen over te maken. Als ik niet zeur over tuinbonen, dan zeur ik wel over iets anders. Of zeur ik op Twitter godbetert wat over politiek.  Nee, serieus, al dat extreemrechts en racistisch gejank op Twitter hangt me soms wat de keel uit. En dan tweet ik soms iets over mijn gedoe met plantjes, en dat is veel plezanter. Ik tweette eind 2018 eens over hoe enthousiast ik uitkeek naar het volgende lochtingseizoen, terwijl ik aan het revalideren was nadat ik een hele tijd flink in de kreukels gelegen had. Iemand raadde me daar aan om eens tuinbonen te proberen.

Met de tuinbonen ben ik begonnen tijdens de eerste week van februari. Mijn schoonvader, nochtans zelf een langdurige moestuinier, was heel verbaasd toen ik hem vertelde dat ik daar op dit onzalig vroege tijdstip, midden in de winter, reeds mee begon. Na m’n voorbereidend huiswerk was ik evenwel tot het besluit gekomen dat dit wel degelijk de juiste periode was, tenminste wat het voorzaaien in een serre betreft. En ook: het was een behoorlijk zachte februarimaand.

Ik had een heleboel kleine potjes met aarde gevuld, in elke potje een boon gestopt. Nadien viel dit gemakkelijk buiten uit te planten, tussen stokken waaraan ik touwen kon vastmaken om de redelijk hoge planten enigszins recht te houden. Jazeker, het WWW is een geweldig leerrijk medium. Zonder het internet had ik nooit tuinbonen gezaaid. Vooreerst had ik niet van het bestaan van deze groente afgeweten, laat staan dat iemand me via sociale media getipt had om dit vast en zeker eens te proberen.

begin februari voorzaaien in de serre – dit stond eigenlijk wat te nat

En wat hebben we geleerd? De voorgezaaide bonen niet te vochtig houden! De potjes stonden allemaal in grote schalen, omdat dat gemakkelijker is om de hele reutemeteut te verplaatsen. Die schalen stonden op de aarde in de serre niet helemaal vlak, waardoor water zich verzamelde aan de laagst gelegen kant. De bonen daar bleken naderhand allemaal verrot in plaats van ontkiemd. Niet zo erg, ik had er genoeg. Een dikke maand later konden de plantjes buiten uitgeplant worden, en…. groeien maar!

Vanaf begin juni kon ik beginnen met oogsten. Zo’n tuinboon wordt een flinke joekel. Het gaat echter niet om de peul, maar om de bonen die daarin zitten. De peul wordt niet gegeten. Het bereiden is wel een beetje prutswerk: de bonen uit de peulen halen, koken, voorzichtig de harde pel van de boon verwijderen. Maar het is plezant en vooral lekker om een flink handvol van die bonen in een slaatje te verwerken.

Ik was ook van plan om nog eens peultjes te zaaien, te onzent ook wel mangetouts genoemd. Enkele jaren geleden had ik dat al eens heel bescheiden geprobeerd, maar dat was geen groot succes, om niet te zeggen een totale mislukking. Ik oogstte de eerste peultjes te laat, waardoor ze te groot, hard en draderig waren. Toen vertrokken we op reis (ik heb geen flauw idee meer waarheen de reis ging), en toen we terugkwamen waren de peultjes niet meer te vreten.  Ik heb wel nog enkele planten verder laten groeien, voor boontjes als toekomstig plantgoed.

Dezelfde dag dat de tuinbonen geplant werden, heb ik ook de mangetouts gezaaid, na enkele uren voorweken. De ene kant van de draad (naast een kiekendraad of zo planten, want anders kunnen mangetouts niet omhoog groeien) kwam zaaigoed dat ik in de winkel gekocht had, aan de andere kant de bonen die ik nog had van m’n mislukte poging een jaar of drie tevoren. En uiteraard moet je bonen en dergelijke beschermen tegen hongerig gevogelte. Zodra de boontjes boven de grond komen piepen, worden ze uitgepikt door duiven en andere gevleugelde beesterij. Blijkbaar zien de opkomende plantjes eruit als een vette lekkernij, de kutbeesten trekken ze uit de grond, proeven eens, besluiten dat het niet lekker is, en laten het kapotte scheutje vervolgens gewoon liggen.

Opvallend: de oude zelf gewonnen bonen zijn zowat allemaal uitgekomen, maar van de nieuwe gekochte is er bijna geen enkele ontkiemd. I must have done something wrong there, ofwel deugde het zaaigoed niet, maar het zal niemand verbazen dat ik gok op het eerste.

Soit, uiteindelijk toch een behoorlijke oogst gehad. Ook de mangetouts zijn heel geschikt gebleken om te verwerken in een slaatje, maar ik heb ze toch vooral gebruikt als groente bij de ‘Oosterse’ wokgerechten die ik het voorbije jaar trachtte te koken. Zolang je de peultjes maar niet te groot laat worden, kan je er best wel leutige dingen mee doen. Ik oogstte ze vanaf juni, wanneer ze 4 à 6 cm lang en nog heel plat waren. Zodra ze groter worden of de boontjes zich beginnen te ontwikkelen, is het te laat en zijn ze te draderig. Al zal dat wel van de variëteit afhangen, doch ik ben ook maar een onwetende amateur die zomaar wat probeert. En uiteraard heb ik ook nu de peulen die ik niet tijdig oogstte, gewoon laten hangen voor nieuw plantgoed.

Momenteel hebben we nog de laatste restjes van beide peulvruchtensoorten in de diepvriezer zitten. Het zijn dankbare groentjes. Bijkomende lochtingpret is dat dit vroege groenten zijn en dat je na de laatste oogst (dat was hier rond eind juli) nog iets anders op dezelfde plaats kan zetten. Volgend jaar opnieuw!

Groeten,
Guy


PS: Nu ik eraan denk; ik heb de persoon in kwestie nooit bedankt voor de tuinbonentip. Snel even in orde brengen!

Ok, Nieuw-Zeelandse spinazie… we’ll think about it…

Advertentie

Een gedachte over “tuinbonen (labbonen) en mangetouts (peultjes, sluimererwten)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.