pepertjes – deel II

Ik had reeds een kleinigheid geschreven over m’n pepertjes, maar dat was nogal summier. Zie ‘pikantigheid-met-peper‘. De eerste plantjes waren toen amper verspeend naar een bloempotje, en de eerste bloemknoppen kwamen piepen. Vandaag heb ik de laatste reeks pepertjes geoogst, dus vond ik het tijd om m’n bevindingen van m’n eerste pepertjeskweek even op digitaal papier te zetten.

De zomers zijn in ons land eigenlijk te kort en te koud voor peperplantjes, dus moet er reeds vroeg in het jaar in huis voorgezaaid worden. Een eerste reeks had ik gezaaid begin januari, een tweede reeks begin februari. Beide reeksen zijn ontkiemd en uitgegroeid tot vruchtdragende plantjes, en er was na een tijdje geen verschil meer te merken tussen de vroegste en de latere. Twee plantjes heb ik binnen in een bloempot gehouden, twee in de serre geplant, en een viertal in potten op het terras. In huis hebben de pepertjes duidelijk gaarne een plekje met veel zon en warmte. Wel voldoende water geven. Het blijken nogal dorstige planten te zijn, al wil ik voorzichtigheidshalve bevestigen noch ontkennen dat ze dit hebben van ondergetekende, zijnde hun faunatische pleegvader. Eén van die planten staat op een zuidelijke vensterbank en draagt nu, midden oktober, nog steeds verse pepertjes. Ik schat dat ik er een vijftien à twintig verse pepertjes van geoogst heb. Ik vraag me af of het daar zou kunnen overwinteren en volgend jaar gewoon verder groeien en vrucht dragen. Misschien moet ik het wat snoeien, weet ik veel. Het WereldWijde Web van Wijsheid is daar niet echt duidelijk over.

pepertjes op de vensterbank
méér pepertjes op de vensterbank

De tweede plant stond aan een noord-westelijk raam en deed het begin september minder goed: er hingen nog amper twee pepertjes en drie bloemetjes aan. Deze plant heb ik aan m’n moeder gegeven. Zij heeft groene vingers én een warm zonnig beschut terras waar het plantje wel goed zou gedijen. Ze was daar klaarblijkelijk redelijk blij mee. Het plantje staat nu aan hun grote zuidelijk gelegen raam, op een vloer met vloerverwarming. De laatste keer dat ik het plantje zag, een week of twee geleden, zag het er heel goed uit. In een grotere pot, een flink stuk gegroeid, en veel nieuwe bloemetjes. Gelukkig dacht ik er bijtijds aan dat de woning van m’n ouders zo goed als insectenvrij is, laat staan dat m’n moeder daar ongestraft iets bij-achtigs zou laten vliegen om te boel daar een beetje te bestuiven. Ik heb dan maar zelf m’n beste bijengezicht opgezet en een poging gedaan om het geslachtelijk gebeuren bij die bloemetjes manueel te voltrekken. Mijn moeder vond dat wel een beetje vreemd en leek niet vertrouwd met dit soort kunstmatige inseminatie van flora. Benieuwd hoeveel pepertjes daar zullen groeien.

De plantjes in de serre stonden in volle grond, en hebben een pak meer pepertjes afgeleverd. Dat de serre in de zomer heeltegans open staat en derhalve een vrij buffet is voor bestuivend ongedierte, kan natuurlijk ook een rol gespeeld hebben. Ik denk wel dat de plantjes een week of twee te vroeg in de serre geplant zijn. Het is enkele nachten vrij koud geweest – in de serre zakte de temperatuur nog tot een schamele 6°C – en de plantjes hebben het enkele weken lang vertikt om verder te groeien. Tijdelijke groeistilstand dus. Peperplanten hebben warmte nodig, veel warmte. Hoe warmer hoe liever ; minder dan 10°C wordt niet gewaardeerd. Maar uiteindelijk kwam alles goed. Beide plantjes staan nog steeds in de serre, maar ik vermoed stellig dat ik de laatste restjes maar beter op een pizza klets, en de plantjes naar het compostvat verwijs. Óf ik laat ze staan om te zien wat er gebeurt…

Wat betreft de peperplantjes op terras ben ik een beetje een dom kalf geweest. Enfin, toch minstens een onwetend kalf. Of nee: toch gewoon dom. De potten waren groot genoeg, denk ik, maar aangezien ik vond dat ons terras toch wel een ietwat fleurige aanblik mag bieden, heb ik in elke pot ook een stinkertje geplant. Die stinkertjes groeiden evenwel veel sneller dan de peperplantjes, en in de zomer moest ik zelfs een stuk van de stinkers amputeren omdat ja het peperplantje erachter amper nog kon zien. Wellicht hebben die welriekende sloebers het grootste deel van de beschikbare wortelruimte en voeding in beslag genomen. Ik kan het ze niet verwijten. De oogst aan verse pepertjes was mager in die potten.

Al bij al had ik heel behoorlijk veel pepertjes. Ik schat dat er nu nog een stuk of 50, weliswaar in verhakselde toestand, in een potje in de diepvriezer zitten, wellicht genoeg tot de volgende oogst. Ik heb ze zowel rood als groen geoogst. Rood zijn ze pittiger dan groen. Enkele weken geleden hadden we hier een buurtfeest (een bescheiden gebeuren met enkele straatbewoners) waarbij ieder verzocht werd om een hapje en/of een drankje mede te brengen. Bij ons waren dat cupcakes die door m’n lieftallige twaalf jaar jonge dochter gebakken waren. (In onze tijd moesten we er als twaalfjarige niet aan denken om zelf koeken te beginnen bakken. Kinderen hadden zich niet te moeien met levensgevaarlijke grotemensendingen zoals koeken bakken en wie niet akkoord was kon godverdomme een draai om z’n oren krijgen. Niet alles was vroeger beter.) Maar genoeg afgedwaald. Ha, dacht ik dus, ik heb momenteel ook zoveel pepertjes, laat ik er een aantal meenemen om weg te geven aan mogelijks geïnteresseerden die op het buurtfeestje aanwezig zijn. Je voelt het wellicht al komen: m’n potje met pepertjes, die behoorlijk heet waren, kwam terecht naast de cupcakes. Even later zag ik m’n overbuurman zo’n pepertje nemen en er enthousiast in happen, foutievelijk denkend dat het milde pepertjes betrof die als hapjes dienden. How wrong he was. Zijn reactie laat ik graag aan jullie verbeelding over, maar ik wil wel een hint geven:

Ik heb in de loop van dit jaar vaak op m’n lui gat gezeten, maar toch ook niet altijd. Eén van m’n bezigheden betrof het in mekaar flansen van een kweekbakje met verwarming, en eentje met verwarming én extra verlichting. Meer over die bakjes later. Deze bakjes ga ik zeker gebruiken om in januari van het volgende jaar met de nieuwe peperplantjes te beginnen. Ik ga ook meerdere soorten proberen. Ik de AH kocht ik eens een mengeling van verschillende soorten pepers. Ik zou mezelf niet zijn mocht ik niet de zaadjes bewaard hebben. Het gaat meer specifiek over de variëteiten Habanero, Jalapeno, en Naga Jolokia. Van die Habanero proefde ik tijdens het koken onachtzaam een stuk veel groter dan me lief was. Onder het motto “pijn is geen smaak” bleek dat niet voor herhaling vatbaar. Ik wil ze voor de lol toch eens proberen te kweken.

En dus komen we, na meer dan negen maanden plezant gepruts met pepertjes, tot m’n voorlopig fenomenaal optimale werkwijze om pepertjes te kweken:

– in de loop van januari zaaien in wc-rolletjes in m’n verwarmde kweekbakje
– na het ontkiemen in het kweekbakje met extra licht zetten
– zodra groot genoeg verspenen naar een bloempotje, met een satéstok als steun

– op warme en zonnige plaats zetten
– niet in de serre planten zolang het daar ’s nachts <10°C wordt
– idem voor planten in potten op terras
– geen stinkers (of iets anders) in dezelfde pot planten ‘om het wat op te fleuren’
🙄

Groeten,
Guy

eierschalen

Iedereen die kiekens heeft, weet – of zou moeten weten – dat kiekens kalk nodig hebben om eieren met een fatsoenlijke eierschaal te kunnen leggen. Het is een beetje zoals bij mensen: als je een beetje normaal bent alsook een beetje normaal eet, krijg je voldoende binnen om normaal te kunnen doen. Het probleem is dat kiekens niet normaal zijn. Ik bedoel: ooit waren ze normaal, en legden ze af en toe een ei om voor enig nageslacht te zorgen. In de loop der eeuwen zijn kiekens evenwel zodanig doorgekweekt dat ze onnatuurlijk veel eieren leggen. Legkippen leggen zoveel eieren dat het ten koste gaat van hun lichaam en gezondheid. Ze gaan op den duur zelfs kalk onttrekken aan hun skelet om aan voldoende kalk te geraken. Zulke kiekens zijn ook geen lang leven beschoren. Ze leggen zichzelf dood. Nu, mijn kiekens zijn niet van die hardcore legbatterijkiekens, maar toch…

Enfin, waar ik naartoe wil: aangezien kiekens onnatuurlijk veel eieren leggen hebben ze ook veel heel kalk nodig. Menig kiekenhouder geeft dan ook extra kalk bij het eten, al dan niet reeds voorzien in een kippenvoermengsel. Ooit heb ik eens zo’n zakje kalk gekocht nadat ik geregeld op een windei getrakteerd werd. (Voor de onwetenden qua kiekenaangelegenheden: een windei is een ei zonder harde schaal, maar met een zacht vliesje of een dun indrukbaar schaaltje rond.)
Zo’n kalk bestaat vaak uit gemalen oesterschelpen. Elke dag deed ik een klein beetje bij het kiekeneten.
Al spoedig viel mijn frank (of bestond de euro toen al?) dat ik geen kalk moest kopen. We gooiden immers een aanzienlijke bron van kalk systematisch weg. Ik weet niet waarom ik daar niet eerder aan dacht, gezien mijn eeuwige neiging om zoveel mogelijk spul te hergebruiken in plaats van weg te gooien, een neiging die men wel eens verwart met chronische gierigheid. Wellicht gewoon omdat ik somtijds een beetje een dom kalf ben. Vanaf toen hield ik alle eierschalen bij, om goed te laten drogen en te vermalen tot een soort grof zand dat ik bij het kiekeneten meng. Als je dat een tijdje bijhoudt, sta je ervan versteld hoeveel perfect nuttige eierschalen een gezin zo op een jaar weggooit.

Jamaar, ge moogt een kieken geen eieren of eierschalen geven om te eten, hoor ik u al zeggen. Want dan vinden ze dat lekker en dan gaan ze hun eigen eieren beginnen opvreten! Dat klopt inderdaad. Ik mag misschien somtijds een dom kalf zijn, maar dat heeft ook zijn grenzen. Die eieren zijn zo fijn gemalen dat geen enkel kieken een link gaat leggen met haar eigen legsels. Want zodra een kieken ontdekt dat haar eieren lekker zijn, bijvoorbeeld na het proeven van een kapot windei, bestaat de kans dat ze dit moeilijk nog afleren. Ik bedoel maar: ge kunt mij ook geen stuk chocolade laten proeven, en het daarna onder mijn gat leggen zonder dat ik er nog mag van eten.
Dat is trouwens ook de reden waarom ik steeds twee fake eieren in de legnesten laat liggen. Als ze daar uit curieuzigheid al eens in pikken, komen ze tot de conclusie dat dit niet eetbaar is en proberen ze het later ook niet meer. Het zijn tenslotte nogal simpele beesten.

Het malen geschiedt met een zogeheten ‘babycook’. Dat handige apparaat diende ooit om babyvoedsel in gaar te stomen en meteen ook tot een onsmakelijk uitziende brei te mixen. Nadat baby nr.2 dit apparaat ruimschoots ontgroeid was, was de babycook in kwestie niet meer in een toestand om nog ongegeneerd tweedehands te kunnen wegschenken. Rats versleten, quoi.  Maar gezien mijn eerder vernoemde neiging om zoveel mogelijk spul te hergebruiken in plaats van weg te gooien, ja die neiging die men wel eens zou kunnen verwarren met gierigheid…. Het apparaat bleek dus een werkelijk uitstekend middel om eierschalen tot de gewenste korrelgrootte te vermalen, en sindsdien krijgen de kiekens met grote regelmaat deze extra bron van kalk bij hun graantjes.

Groeten,
Guy

Toevoeging:
Dezelfde gemalen eierschalen gebruik ik om rond de peper- paprika- en tomatenzaailingen te strooien. Het zorgt voor een gelijkmatiger vochthuishouding in het potje, en het zorgt door reflectie ook voor wat extra licht voor de jonge plantjes op het moment dat ze elk beetje extra licht goed kunnen gebruiken. De extra kalk in de grond is bovendien zeer goed voor tomaten en voor peper/paprika.

Ik gebruik gemalen eierschaal ook bij het verpotten, om bovenop de aarde te strooien in potten met kalkminnende planten. Of je kan het rond planten strooien om slakken weg te houden. Slakken kruipen niet graag over die scherpe stukjes. Je moet wel een voldoende dikke laag strooien, en dat geregeld herhalen (bijvoorbeeld na een fikse regenbui)

Toevoeging 31/05/2021:
Af en toe, bij droog weer, leg ik een hoopje grit van gemalen eierschaal in de kippenren, ook al meng ik het reeds bij hun voer. Kippen eten het graag. Het is niet alleen goed voor de productie van nieuwe eieren, het is ook gezond en goed voor hun spijsvertering.

koriander

Het is intussen een tijdje geleden dat ik hier nog wat geneuzel vereeuwigd heb voor het nageslacht. Oorzaken zijn:
– Schoolvakantie. Men dient tijdens de schoolvakantie immers voldoende TLC te geven aan de overige gezinsleden. Een groot deel van die TLC bestaat erin de laptop over te leveren aan de kroost, die je dan de rest van de dag niet meer hoort of ziet. Want die zijn nu op een leeftijd gekomen dat nagenoeg al hun dagelijkse bezigheden, sociale contacten en communicatie incluis, via een elektronisch scherm verlopen.
– Hittegolf. Alle temperatuurrecords van ons land werden in juli verbroken, zeg maar verpulverd. De seizoenen slaan op hol, het ene weerrecord na het andere sneuvelt, Groenland smelt en zowel het Amazonewoud als de poolcirkel staan in brand, maar volgens bepaalde politieke strekkingen is er met het klimaat ab-so-luut niks aan de hand want ze kennen iemand die het op een bepaalde avond in augustus, na die hittegolf, eens toch eerder wat frisjes vond dus ‘hoezo opwarming?’. Zulke mensen merken vaak ook graag op dat het helemáál niet te warm is, want waarom zouden mensen tijdens de vakantie dan anders vrijwillig naar verre oorden vliegen waar het nóg warmer is?. Dat poneren ze dan met een stelligheid en een zelfvoldane air van ‘hehe, dáár heeft die door de klimaatmaffia gehersenspoelde klimaathystericus niet van terug”. Probeer daar maar eens een steekhoudende discussie mee aan te gaan, zo op basis van feiten en cijfers en al. Maar goed, we wijken enigszins af. Het punt is: tijdens zulk een hittegolf word ik nog luier dan anders, en wellicht velen met mij.
– De Drang. Daarmee bedoel ik de onweerstaanbare drang van vrouwlief om zoveel mogelijk tijd te besteden op logement in vreemde oorden, bij voorkeur zonnige en warme oorden. Zie ook punt ‘Hittegolf’. In dit geval hadden we iets verloren in de Dordogne, met een staartje ergens aan de Noord-Franse kust, en later ook in Parijs.
– TV. Deze drang ligt geheel bij mezelf. Het is een aandrang om de tijdens de reis met de digicorder opgenomen televisieprogramma’s ‘in te halen’, enigszins met het excuus dat de harde schijf van het apparaat intussen zo goed als vol staat en dringend moet ontlast worden.
– Luiheid. Jawel, gewone alledaagse banale luiheid.

Niet dat het allemaal veel uitmaakt, want deze blog heeft geen lezers en wat mij betreft mag dat zo blijven. Van enige tijdsdruk daaromtrent heb ik bijgevolg niet veel last.

bloeiende koriander

Maar ik dacht eigenlijk om het nu even te hebben over koriander. Waarom koriander? Bwa, geen reden in het bijzonder. Ik probeer gaarne af en toe eens te koken, en daarbij ben ik graag kwistig met kruiden. Op een bepaald ogenblik kreeg ik zin om eens wat Oosterse gerechten te proberen, en daar horen natuurlijk de typische specerijen bij. Vrouwlief had het vaak over een ‘typisch Oosterse smaak’ die ze een beetje miste. Tot op heden is het evenwel niemand duidelijk of het nu de smaak van citroengras, gember, komijn, koriander of nog iets anders betreft.

Vreemd weetje: voor 4 tot 20% van de mensen (afhankelijk van de etnische afkomst) smaakt koriander naar zeep, en dat zou genetisch bepaald zijn. Mensen die al vaak hun mond moesten spoelen met zeep, zoals ondergetekende, weten dat zeep geen prettige smaak heeft. De ene maakt er echter al méér een onoverkomelijk probleem van dan de ander, zoals uit deze krantenkop blijkt.

Koriander in poedervorm (de gemalen zaadjes) zat reeds in m’n standaard assortiment keukenkruiden, maar de smaak van verse korianderblaadjes is toch nog anders. Omdat ik het eens direct in een gerecht wou gebruiken, heb ik toen zo’n potje supermarktkruiden gekocht. Je kent het wel, van die kruiden die razendsnel en onnatuurlijk opgekweekt zijn en die de gewoonte hebben om na twee dagen slap te hangen, en nog eens twee dagen later reddeloos verloren zijn. Ik heb het wortelkluitje van dat potje evenwel voorzichtig in drie gescheurd, en de drie stukken verspeend in aparte en grotere potjes. Zo kon de koriander niet alleen langer leven, groeien en geoogst worden, maar ook bloeien en zaad vormen.

Twee potjes heb ik in de keuken gebruikt, het derde potje mocht in de serre bloeien en zaad vormen, om volgend jaar vanaf maart te zaaien.

uit de zaaikalender van Velt

Groeten,
Guy

Koriander: The 2020 Experience
Vandaag is het 24 maart 2020, een jaar nadat ik hierboven vertelde dat ik de zaadjes uit 2019 zou zaaien. Ik heb er twee weken enkele gezaaid in m’n kiembakje.

Vandaag ben ik ook een klein experimentje begonnen. Een korianderzaadje bestaat uit twee delen, zo leert het Wonderbaarlijke Web van Wijsheid me, en elk van die helftjes kan een plant voortbrengen. Dus heb ik zes zaadjes tussen de keukentafel en m’n telefoon rondgewalst tot de twee helftjes loskwamen, en ik heb die in een bekertje water op een warme plaats gezet, samen met een bekertje met zes ongesplitste zaadjes. Ik heb er meteen wat flauwekul over getweet, want ja, zo ben ik nu eenmaal.

Je merkt dat deze tweet serieus de mist inging, en na 12 uur waren er ochottekes 4 reacties. Maar toch: als we redeneren zoals een NVA’er, dan vindt een overgrote meerderheid van de Vlamingen dit een zeer spannende kwestie en is er een bijzonder groot draagvlak voor verdere opvolging!
Enfin, de antwoorden op deze boeiende vragen zal ik hier laten weten.

Drie weken later: van de twaalf halve zaadjes zijn er zeven ontkiemd, van de zes hele zaadjes geen enkele. Ik denk dat de vraag hiermee beantwoord is.

creatief met afval: tandenborstelhouder

Nog eens eentje dat geen hol met de lochting te maken heeft: ik heb een tandenborstelhoudertje gemaakt.
Het stoorde me vaak dat onze opzetstukjes van de elektrische tandenborstel steeds op de lavabo rondslingerden, vaak in een hoop nattigheid, en plat liggend zodat het vocht binnenin het opzetstukje er gewoon in bleef.

Niet echt hygiënisch, overpeinsde ik, dat geeft ongetwijfeld een heleboel vieze bacteriën en akelige schimmels binnenin de tandenborstel. Dus bedacht ik een proper houdertje om die dingen in te hangen. Het is belangrijk dat het resultaat goed geventileerd is en gemakkelijk kan drogen. Aangezien in nogal graag ‘creatief met afval’ ben, komt ook hier weer wat recup materiaal aan te pas. Voor mijn longtransplantatie moest ik dagelijks meerdere keren aërosollen. De medicijnen daarvoor moest ik eerst klaarmaken en met een injectiespuit ‘optrekken’.  Ik heb nog een aantal van die spuiten over. Samen met dunne stukjes waterbestendig hardhout van in een rommelbak en enkele M3 boutjes en moertjes ging ik dan maar aan de slag.

Je hebt bij de foto’s geen uitgebreide commentaar nodig om te zien hoe dit in mekaar geklutst is. Indien wel, dan ligt dat volledig aan jou.

de gebruikte spullen
spuitjes op de juiste lengte afzagen met een ijzerzaag, en op deze manier zaagvlak mooi effen schuren
voor gemak en nauwkeurigheid: putje maken met priem, voorboren 1 mm, daarna boren met 3 mm
idem met de op juiste maat gezaagde latjes (kan ook kunststof zijn, of aluminium)
aan onderkant gaatjes taps groter maken voor verzinken van kop van schroefje (bijv. voorzichtig! met metaalboor)
twee moertjes tussen hout en spuit voor betere luchtcirculatie en gemakkelijk drogen
waterbestendige voetjes aan onderkant kleven, liefst antislip
’t is af!

Toevoeging:
Ik heb er later een tweede gemaakt. Zo hebben we steeds een proper houdertje bij de hand wanneer we het andere poetsen en laten drogen.

some say tomahto some say tomayto

Weinig dingen gaan boven verse tomaten, zo qua groensels op de talloor. Diegene die begin te zeuren dat een tomaat eigenlijk geen groente is, maar een vrucht of zo, die mag nu een leuke boom of iets gelijkwaardigs zoeken om in te kruipen. Wegens boeieeeuh.

Ik kweek al zelf tomaatjes sedert ik mijn kleine serre heb. Zelfs toen het qua gezondheid allemaal wat moeilijker ging, bleef ik tomaatjes kweken. Tot nog toe kocht ik steeds plantklare tomatenplantjes in de lokale kleinhandel, want die heeft het al moeilijk genoeg, maar dit jaar probeer ik het met zaadjes gewonnen uit m’n oogst van vorig jaar. Geen idee welke variëteiten het zijn. Ik noem ze gewoon: vleestomaten, gewone trostomaten, kleine tomaatjes, kleine gele tomaatjes,…. Die zaadjes winnen is eigenlijk gemakkelijk. Als je een tomaat bijt, spuit het zaad er vanzelf al uit, wat al voor vele schunnige dubbelzinnigheden gezorgd heeft die we, tegen beter weten in, laten doorgaan als humor. Ik liet die zaadjes drogen op een velletje keukenrol – de multifunctionaliteit daarvan is grenzeloos – en bewaarde dan die in een papieren enveloppe. De zaadjes altijd laten vergezellen van een doeltreffende vermelding van welke zaadjes het zijn! Want als ik denk ‘die linkse zaadjes hier van de kleine tomaatjes en die rechtse van de vleestomaten’, dan mag je er zeker van zijn dat ik dertig seconden later niet meer weet welke zaadjes wat zijn – ik overschat mezelf wel vaker wat dat betreft. En ik zou mezelf niet zijn mocht ik daar nieuwe enveloppen voor gebruiken. Goed zot! Ik heb nog een hele pak enveloppen die op het werk bij het afval mochten omdat het bedrijfslogo veranderd was. Telkens er in een bedrijf een ander extern communicatiebureau ingehuurd wordt, moet het bedrijfslogo eraan geloven. Dat lijkt wel een economische wetmatigheid. Maar goed, ik heb we indruk dat we enigszins afdwalen.

Het wereldwijde web van wijsheid had me geleerd dat je tomaten vanaf maart in huis kan zaaien, en dat je die dan in de serre kan zetten zodra het in de serre ’s nachts niet meer kouder wordt van 10°C (want anders groeistop), in de praktijk dus eind april / begin mei.  Zo gezegd, zo gedaan.

8 maart: Verschillende soorten gezaaid in wc-rolletjes, en op de radiator gezet.

zaaikalender ‘Diana’
zaaikalender ‘Velt’

14 maart: Joehoe! De zaadjes zijn zo goed als allemaal ontkiemd. Aan de vensterbank gezet om ze voldoende licht te geven.

29 maart: De mooiste plantjes (ongeveer de helft) heb ik – met wc rolletje en al – verspeend in potjes. Dat met die wc rolletjes werkt echt wel goed. Je ziet dat het erg goed verteert en de wortels niet tegenhoudt, en het is gemakkelijk om ze zo met intact wortelkluitje te verspenen.

5 april: Ook de overige plantjes in potjes gestoken en in de serre gezet.

18 april: Mooi weer -> alle plantjes die nog in huis aan de vensterbank stonden naar de serre verhuisd.

(niet enkel tomatenplantjes op deze foto)

14 mei: Intussen hebben we nog een koude periode gehad met nachttemperaturen onder de 10°C, maar half mei heb ik de plantjes uiteindelijk op hun definitieve plaats geplant in de serre. Er kunnen slechts enkele tomatenplanten in m’n kleine serre, de rest heb ik in potten op een zonnige plaats op het terras gezet, en enkele in volle grond in mijn lochtingske. Ik heb er hier en daar ook stinkertjes bij gezet.

30 mei: De tomatenplanten die in de serre geplant zijn, groeien opmerkelijk sneller dat de planten op het terras en in volle grond.

01/06: De eerste bloemetjes en diefjes dienen zich aan! De planten in de serre zijn al 50 tot 70 cm groot, dus ze zijn al sterk genoeg om aan bloemetjes te beginnen. De diefjes gaan er natuurlijk onverbiddelijk af.

* wordt vervolgd *

Groeten,
Guy

nieuwe kiekens

Door omstandigheden had ik dus maar één kieken meer rondlopen.  Een oud zwart kiekske dat vaak zat te broeden en af en toe nog eens een ei legde. Kiekens zijn echter sociale dieren, en ik heb ook wel graag veel verse eitjes, dus het werd hoog tijd om wat gezelschap te voorzien voor Zwartje. Temeer daar ook mijn gezondheid zulks weer toelaat (al moet ik bij het uitkuisen van het kiekenskot toch nog een stofmasker dragen om me te beschermen tegen vervelende schimmels en ziektekiemen). En zondag was het mooi weer, en ook de dagen daarna werd mooi weer voorspeld, dus ideaal om naar de beestenmarkt te gaan die elke zondag doorgaat op de Gentse… jawel… Beestenmarkt, om aldaar wat pluimvee aan te kopen. Het werden twee bruine, een witte, een zwarte en een grote grijze die allemaal binnenkort zouden gaan leggen. 45 euro voor de vijf samen. 

geen zin om te poseren voor de foto

Ik heb ze meteen in de kooi gestoken, met het luikje dicht. (Kooi? Jawel, zie: https://mijnemoestuin.home.blog/2019/05/24/de-kiekenskooi/)
Zwartje zat weer eens te broeden in een legnest, en die is daar van het verschot de hele dag niet meer uitgekomen. ’s Avonds kropen die vijf nieuwe kiekens heel dicht bij mekaar in een hoekje van de kooi. Maar dit zijn intussen kiekskes nummer 17 tot en met 21 ten huize Guy, dus ik had dat verwacht, en daarom wou ik ook weten dat het mooi weer zou zijn de eerste dagen dat ik de nieuwe kiekskes had. Zodra het donker genoeg was, kon ik ze opnemen en rustig in het kot op de stok zetten.

op stok gezet

De tweede dag heb ik ze de hele dag in de kooi gelaten. Het oude Zwartje was er nog steeds niet gerust in. Ook de tweede avond moest ik de nieuwe kiekens zelf in het kot steken.
Op dinsdag mochten ze al in de kiekentuin. Heel voorzichtig nog gingen ze op verkenning. Zwartje was er nog niet heeltegans gerust in. Ik had een LED-lichtje geknutseld om in het kot te hangen, in de hoop dat ze er nu vanzelf zouden ingaan. Dat hebben ze braaf gedaan, maar DIT was nu ook weer niet de bedoeling.

gezellig op elkaar gepropt (dat ei links is trouwens een nep-ei)

Alle vijf hadden ze zich in één legnest gepropt. De oude zwarte, die al twee jaar niet meer op een stok gezeten heeft… zat nu op een stok te slapen.

Tegen woensdag was Zwartje al van haar verschot bekomen en heeft ze zelfs al meegedaan aan groepsactiviteiten. Bij het zonnebaden is ze toch nog apart gaan liggen.

Donderdag voelden de kiekens zich helemaal thuis. Scharrelen en zonnebaden dat het een lieve lust is. Netjes in het hok gaan slapen. Vrijdagavond gingen ze zowaar bijna allemaal spontaan op een stok zitten slapen. Enkel de witte verkoos een legnest.

De kiekskes zijn nog redelijk bang van mij. Wellicht verbetert dat nog en hopelijk worden ze niet allemaal zo schuw als het oude Zwartje.  Wat een broekschijter is me dat zeg. En ook een springer. De eerste week dat ik die had moest ik die elke avond uit een boom plukken om in haar kot te steken.

Groeten,
Guy

Update zaterdag 25/05:
De kiekens zitten vanavond alle zes op een stok. Had ik niet verwacht. Maar nog geen enkel ei gelegd.

Update zondag 02/06:
De kiekens zijn het hier al goed gewoon en komen goed overeen. Ik heb al geprobeerd om ze uit mijn hand te laten eten, maar dat lukt (nog?) niet. Wanneer ik op mijn benen klets, als teken dat ze lekkers krijgen, komen ze wel al aangesneld. Er zijn een paar warme dagen geweest, dus ze hebben al veel kunnen zonnebaden. Van eitjes vooralsnog geen spoor.

Update 27/01/2020:
Ons kiekenskot staat dus in een grote vosbestendige kooi, maar wat gebeurt er als je nonchalant wordt, en nalaat om het luikje ’s avonds dicht te doen? Juist, dan eet de vos de kiekens op. Ergens in oktober 2019 lag er één kieken dood in de ren, en waren er drie spoorloos verdwenen. Eén kieken was ongedeerd. Het feit dat er drie kiekens meegenomen waren, wijst op een vos. Een steenmarter – die zijn er ook in Zwijnaarde – neemt geen drie kippen mee.
Dus de zondag daarom naar de beestenmarkt ik Gent getrokken om vier nieuwe kiekens te kopen: een bruine, een witte, een zwarte en een grijze. Intussen, drie maanden later, beginnen ze stilaan eieren te leggen. Ze slapen alle vijf netjes op stok. En we laten het luikje niet meer open!

hetzelfde kleurenpalet, maar 4/5 andere kiekens

de kiekenskooi

De kiekenskooi heeft een opknapbeurt gekregen. Ja, de kiekenskooi. In de kiekenstuin staat een kiekenskooi en in die kiekenskooi staat het kiekenskot. Het kiekenskot staat immers in een vosbestendige kooi, die op zich groot genoeg is om als kleine kippenren te dienen. Het zal niemand die me kent verbazen dat die kiekenskooi volledig gemaakt is van materiaal dat elders als afval geklasseerd was. Plus enkele bouten en moeren. En via een afsluitbaar luikje kunnen de kiekens in de kiekentuin. De kiekentuin heeft ook een smal gangetje tussen de lochting en de naastliggende gracht. Bedoeling is dat de kiekens trans- of  immigrerende slakken ’s ochtends vroeg onderscheppen en opvreten. En het mag gezegd worden, ik heb weinig last van slakken. Dat kiekengangske is tevens een soort onkruidbufferzone die door de kiekens onkruidvrij gehouden wordt.

Het kiekengangske in 2009. Het grote kiekske links is mijn toen 3yo zoon.

De kooi is volgens mij behoorlijk vosbestendig, of toch tenminste wanneer het luikje gesloten is. Ik woon ongeveer op een grens tussen stedelijk en redelijk landelijk gebied. Niet dat dit veel wil zeggen, zo qua vossen, want die beesten zitten echt overal. Zelfs in het stadscentrum van Gent zijn er al gezien. Maar hier zitten er zéker. Enkele jaren geleden zag ik vanuit het slaapkamerraam een heel gezin vossen spelen aan de rand van een groepje bomen achter de verwaarloosde weide achter ons huis. Enfin, een heel gezin… een vos met twee jongen. Papa Vos had blijkbaar andere dingen te doen. Ook stond ik eens oog in oog, op nog geen vijf meter afstand, met een vos die kwam piepen van tussen de braamstruiken die dat stuk weide al deels overwoekeren. En ik zie er soms één de straat oversteken als ik ’s avonds met de wagen door de straat rij. De buurman is al kiekens kwijt geraakt, maar ik vooralsnog niet, ook al blijft dat kiekenluikje vaak openstaan des nachts.

Kiekenskooi met kiekenskot

Maar goed, de opknapbeurt dus. In héél natte periodes met erg veel regenval staat het achterste van den hof, alwaar de kiekentuin en -kooi gevestigd zijn, een beetje onder water. Niet in die mate dat ik overweeg om de kiekens te vervangen door eenden, maar toch, kiekens hebben graag droge poten. Dus heb ik de kooi wat hoger geplaatst door er panlatten onder te steken. Zo staat de kooi 2 cm hoger en zit het metalen frame onderaan ook niet meer voortdurend in het zand zit dat vaak vochtig is en waardoor het snelle roest. De panlatjes zijn erg eenvoudig te plaatsen en indien nodig gemakkelijk te vervangen.

kooi staat op panlatten en betontegels

De achterkant van de kooi kan niet goed aansluiten tegen het afsluitingske van de buren. Van die ‘veilige’ strook van 10 centimeter maakten ratten dankbaar gebruik om ongestoord gangen te graven. Daar heb ik beton ‘gekapt’, waarop ook de achterkant van de kooi staat, zodat die kloteratten daar geen veilige toegangspoorten meer kunnen graven voor hun ondergrondse rattenvilla’s. Het zijn mooie dieren, die ratten, maar ze moeten godverdomme uit de buurt van mijn kiekens en mijn lochting blijven. Tientallen heb ik er al gevangen en sommige daarvan eigenhandig en koelbloedig vermoord. Ook heb ik die kleine 4 m² aarde binnen die kooi een centimeter of 15 afgegraven en vervangen door 400 kg proper zand. Want door achterstallig onderhoud was dat intussen meer een stinkend kiekenstrontmengsel dan zand geworden. Die rotzooi is wel ideaal om over de lochting te verspreiden. Verder nog een goede poetsbeurt en de houtkrullen in het kot vervangen.

Ik ben hier almaar over kiekens bezig, in het meervoud. Door gezondheidsperikelen had ik echter al enkele jaren geen dode kiekens meer vervangen door levende, en er scharrelde daar momenteel slechts één exemplaar meer rond. Kiekens gaan al eens dood.  Ofwel liggen ze daar ineens dood, ofwel worden ze oud en ziek en sukkelachtig en dan help ik ze een beetje in het stervensproces. Dieren horen immers, net als mensen, niet nodeloos af te zien. De update van de kiekenskooi drong zich op omdat ik enkele nieuwe kiekens wou kopen.
(Daarover meer hier: https://mijnemoestuin.home.blog/2019/05/24/nieuwe-kiekens/)
Ik heb graag een kieken of zes à acht. Ik heb eens drie kiekens geadopteerd van iemand die zijn kiekens weg wou, en toen had ik er in totaal tien. Daarvoor waren zowel kooi als kot eigenlijk te klein. Gelukkig was de helft van de kiekens van een nogal klein ras.

zijdehoentje = klein kiekske

Keileutig om zoveel eieren te hebben. Je kan buren en familie van gratis eieren voorzien, en je krijgt dan vanalles in de plaats: zelfgemaakte confituur, of zelfgebakken taart of wafels of pannenkoeken. Ruilhandel met lokale producten, zeg maar.

Groeten.
Guy

sla

Natuurlijk hebben we ook doodgewone kropsla in de moestuin. Of minder doodgewone maar toch nog redelijk gewone sla zoals krulsla. Op zich beschouw ik sla eerder als konijnenvoer dan als volwaardig voedsel, maar we gebruiken het toch erg vaak. Puur, maar ook dikwijls in allerlei…euh… slaatjes. Of als aanvulling bij de charcuterie op de boterham. Vroeger kocht ik steeds kleine slaplantjes. Dat was gemakkelijk en goedkoop, de plantjes kostten 15 cent/stuk. Gewoon direct in de grond planten, wat water bij kletsen, de prille kwetsbare plantjes eventueel beschermen tegen slakken, en klaar is Kees.

Dit jaar zaai ik voor de eerste keer zelf sla. Rijk zal ik daar niet van worden, maar het leek me leutig om dat eens zelf te zaaien. En de prijs per plantje wordt dan echt wel verwaarloosbaar. Te véél sla kan je eigenlijk niet hebben. Van overtollige sla maken we slasoep, en buren of familie zeggen ook zelden nee tegen een verse krop bio-sla.

Ik heb enkele pogingen gedaan om slaplantjes te zaaien vanaf begin januari. Netjes in wc-rolletjes en plastieken brol in huis op de vensterbank. De zaadjes ontkiemden wel, maar er kwamen slechts dunne lange sprieten uit die niet lang leefden. Te weinig licht wellicht. Ik veronderstel dat het met een propagator of met enkele lampen wel zou lukken, maar ik vrees dat het dan dure sla wordt. En dat is niet de bedoeling.

te vroeg gezaaid, te weinig licht -> ijle zwakke sprietjes

Tegen eind februari (22/02) heb ik in afgedekte wc-rolletjes en in eierdoosjes krulsla en gewone gezaaid in de serre. Sla heeft toch niet veel warmte nodig om te ontkiemen: ergens tussen 10 en 20°C is ideaal. Dat ging al een stuk beter, maar echt snel ging het toch allemaal niet.

19/03/19

Een kleine maand later (19/03) waren de plantjes pas groot genoeg om ze te kunnen uitplanten in de serre.
De plantjes in een wc-rolletje konden met karton en al in de grond. Dat ging vrij gemakkelijk, ook al was het karton al erg week geworden. De vakjes van het eierdoosje moesten eerst nog van elkaar losgemaakt worden, en dat ging een stuk moeilijker. En het bruikbare deel van zo’n eierdoosje is dus echt wel erg ondiep. Dat was me allemaal iets teveel gepruts, of ik was niet handig genoeg – laat ons dat gemakshalve even in het midden laten – dus voortaan gebruik ik enkel nog wc-rolletjes.

30/03/19: meer dan een week geleden geplant, maar het was een koude week

Vanaf toen ging het sneller. En volgende week eten we de eerste verse zelfgekweekte sla van het seizoen. Joehoe!

23/04/19: volgende week sla oogsten!

Groeten,
Guy

Update 15/05/19: we zijn nu al twee weken volop sla aan het eten. De sla groeit goed maar heeft de neiging om op de schieten in plaats van te kroppen. Vandaag nieuwe lichting gezaaid in 8 wc-rolletjes. Ik zet ze niet in de serre, maar beschut buiten. Sla heeft het niet graag te warm om te kiemen, las ik ergens.

creatief met afval: bijenhotel

Al geruime tijd dacht ik eraan om eens een bijenhotel te maken. Om de reeds gekende reden kwam dat er maar niet van. Maar op een mooie lentedag heb ik enkele restjes hout verzameld, en met enig boor- en timmerwerk zo’n kraamafdeling voor vliegend ongedierte in mekaar geknutseld.

Enig opzoekwerk leerde dat ik dat ding best met de openingen naar het zuiden plaatste, liefst zo open en bloot mogelijk in de zon. De vrouwelijke huisgenoten hadden ernstig bezwaar tegen de plaatsing aan het tuinhuis, omdat de zuidkant daarvan tegen ons terras aangrenst. Vrouwlief vond dat mijn bricolage van afvalhout en al dat vuil ongedierte ons tuinhuis/fietsenstalling danig zouden ontsieren (onterecht!) en dochterlief, met haar entomofobie, voorzag reeds hysterische taferelen. Dus het werd de kiekenskooi. Het hangt daar misschien niet zo mooi als tegen ons tuinhuizeke, maar verder wel ideaal.

In de stukjes hardhout heb ik gaatjes geboord met een diameter van 2 tot 10 mm, voor bijtjes groot en klein. Verder had ik nog een stukje bamboe liggen. Het was nogal aan de dunne kant, maar ik heb het er toch in gestoken. En een vakje met slakkenhuisjes en stro voor lieveheersbeestjes of zo. Niet alleen omdat zulks er eigenlijk wel leutig uitziet, maar ook omdat ik niet meteen genoeg geschikte houtblokjes voorhanden had. Ach, dacht ik, het oog wil ook wat en die beesten moeten tenslotte zelf maar uitmaken of ze erin willen of niet.

Ik had het dus opgehangen, ergens begin april, en er vervolgens niet teveel aandacht meer aan besteed, want het weer werd koud en nat. Een dikke twee weken later kwamen we terug van een weekendje Ardennen, het weer was prachtig, en aan het hotel bleek er een drukte van jewelste te zijn. De helft van de gangen was al bezet, en in de andere helft floepten gedurig bijen in en uit de gaatjes.

Vooral de grotere gangen bleken nogal in trek te zijn bij bijen die vermoedelijk ‘rosse metselbijen’ zijn. Weet ik veel. Ze metselen in ieder geval. Ik zou er uren kunnen naar zitten kijken, ware het niet dat het achter mijn klein lochtingske bij het kiekenskot hangt, in plaats van aan ons terras vanwaar ik op het gemak neerzittend, en met een frisse pint in de hand, de situatie zou kunnen bekijken.

twee bijen aan het werk

Er zitten in het hotel ook stukjes bankirai terrasplanken die ik met de grote groeven tegen elkaar gezet had. Ik dacht niet dat die gangen gebruikt zouden worden omdat die gangen aan de zijkant niet volledig dicht zijn. Die gangen waren eerst ook niet in trek. Bijen gingen de boel daar wel inspecteren maar zochten uiteindelijk een ander hol. Edoch, nadat de andere grotere gaten allemaal in gebruik waren, begonnen de bijen ook te werken in die ‘minderwaardige’ gangen.

Intussen mag ik aan een bordje ‘no vacancy’ beginnen denken om bij het bijenhotel te hangen.

Het kan natuurlijk ook zijn dat er niet alleen bijen op afkomen. Wellicht zullen ook parasitaire insecten hun kans komen wagen. Op onderstaande foto zit er een wespachtig beest in een holletje te loeren.

wespachtig beest loert in holletje

Geen idee wat het is, ik ben evenmin een insectendeskundige als Theo Francken een migratiedeskundige is. Misschien zoekt die wespachtige zelf een nestplaats, of een gelegenheid om wespeneitjes in een bijennestje te smokkelen, of wil die toch onschuldige lieve babybijtjes opvreten? Voor mijn part is het een als wesp verklede bij.
In ieder geval is het ding wel een succes. Ik heb intussen nog enkele geschikte stukken hout vantussen het stoofhout gehaald en ik denk dat ik nog zo’n ding ga maken. Soit, er is geen haast bij.

Voor wie meer wil weten over alles wat van dichtbij of veraf met bijenhotels te maken heeft (de bewoners, hun levensloop, vijanden, voedingsbronnen, noem maar op…) kan ik vooral dit kei-super-mega-interessant naslagwerk aanraden:
http://www.bijenhotels.nl/pdf/GastenVanBijenhotels.pdf

Groeten,
Guy

-“Waar zou ik het ophangen?”
-“Dat moet je mij niet vragen, mij is het al gelijk hoor.”
-“Hier tegen die wand zou een ideale plek zijn om dat bijenhotel op te hangen. Recht op het zui…”
-“Ge gaat dat ding daar toch niet hangen zeker, tegen dat schoon nieuw tuinhuis, op wat gaat dat nu trekken, hebt ge geen andere plaats, en dan nog met al die beesten, ons dochter zal wat doen, ze wordt nu al zot wanneer ze een beestje…”
-“Jaja, ik hang het wel ergens vanachter bij de kiekens.” *zucht*


Update 23/04/19:
Volgens het bovenvermelde werk ‘GastenVanBijenhotels’, op pagina 311, is het wespachtig beest van vorige foto een zogenaamde muurwesp (Ancistrocerus nigricornis), een soort – jawel – metselwesp.

Update 24/04/19:
Vandaag zag ik een klein spinnetje dat in het bijenhotel het ene na het andere gaaatje van 4 of 5 mm ging inspecteren. Het kroop in alle lege kleine gaatjes. Op pagina 471 van
‘GastenVanBijenhotels’ leer ik dat het gaat over de huiszebraspin (Salticus scenicus). Dit springspinnetje schuilt graag in holletjes van ongeveer 5 mm en is nuttig voor metselbijen omdat het graag bepaalde parasitaire vliegjes opeet.

huiszebraspin

Update 07/05/19: Wegens het grote succes van het bijenhotel, en omdat ik nog wat oude stukjes bankirai terrasplank had, heb ik een tweede bijenhotel gemaakt. De gaatjes gaan van 3 mm (onderaan) tot 10 mm (bovenaan) doorsnede. Het bovenste vakje is opgevuld met kleine dennenappels, lege slakkenhuisjes, stro en kleine takjes

Update 21/05/19: Na een koude en regenachtige periode is het nu terug zonnig en warmer, en de eerste gasten arriveren in het nieuwe hotel. Ook een goudwesp op bezoek gehad. Prachtig insectje.

(foto: Wikipedia)

Update 28/03/20: Een jaar is intussen voorbij. Die gele spatten op onderstaande foto’s betekenen dat een nieuwe bij haar nest verlaten heeft. Voor ze vertrekken ledigen ze vaak hun darmen, want ze hebben op dat moment hun kak wel al héél lang opgehouden. En de nieuwe gasten komen eraan.

exit maart

Het is me wat met die maanden. Maart is nog niet helemaal gedaan en daar staat april al voor de deur. En de lente is begonnen. Maart was stormachtig begonnen, letterlijk dan, maar nadien kwam er weer een hele periode met mooi weer. En we hebben heel wat kunnen doen. Mijn klussenlijstje is heeltegans afgewerkt. Nestkastjes uitgekuist en opgehangen, uit de hand gelopen boompjes afgezaagd, een bijenhotel gemaakt, een hekje geschilderd, het opfrissen van het kiekenskot afgewerkt, een nieuwe compostbak gezet,… en nog enkele klussen in huis.

Alsook heb ik mijn klein lochtingske eens helemaal omgespit. Nu ben ik geen groot voorstander van spitten, maar het was echt wel eens nodig na het lochtingske enkele jaren niet verzorgd te hebben zoals ik wou. Blij was ik toen ik kweeniehoeveel vette regenwormen tegenkwam. Af en toe heb ik er eentje in de nieuwe compostbak gegooid of aan het kieken gegeven. Ik heb van de gelegenheid gebruik gemaakt om ook wat kalk en lavameel en zand met kiekenmest uit de kiekenskooi in te spitten. Jawel, lavameel.  Ik heb me laten verleiden om een zak van 25 kg lavameel te kopen. Dat is gewoon gemalen lava, maar als je weet dat lavagrond zowat de vruchtbaarste grond op deze aardbol is, tjokvol alle nodige mineralen voor planten, dan weet je dat het niet slecht kan zijn. Hier vind je wat informatie over dat hele lavagedoe:
https://biosolutions.bio/lavameel/

Ik heb in maart de voorgezaaide tuinbonen buiten uitgeplant, en sluimererwten en spinazie gezaaid. In de serre zijn er al enkele slaplantjes met wc-rolletje en al in grond gestoken. Die wc-rolletjes werken wel goed. En ze verteren gemakkelijk. Bij enkele sla-en tomatenplantjes groeiden er al worteltjes door het week geworden karton heen.

de eerste prille slaplantjes geplant
tomatenplantjes verspeend

In huis heb ik al wat peper, paprika en tomaten (eveneens met wc-rolletje of stukje eierdoos en al) in potjes verspeend. Volgend week komt er weer nachtvorst. Het is veel te vroeg om de potjes alvast naar de serre te verhuizen. Die kleine serre staat overigens al goed vol met andere, minder koudegevoelige brol.

de serre

De ‘kweek’vensterbank wordt trouwens ook nog steeds druk bezet. Wellicht pas in mei zal bijna alles naar buiten of naar de serre kunnen. Al ga ik zeker een peperplantje in huis proberen houden als kamerplant, en ook het citroengras, het avocadoplantje en minstens één mangoplantje blijven in een pot in huis.

Ook in april zal er weer van alles te doen zijn, maar de meeste klussen die ik (soms al een hele tijd) in mijn hoofd had, zijn gedaan.  Minder klussen dus, en meer zaaien en planten en onkruid wieden. Wellicht koop ik binnenkort terug nog een aantal kiekens bij. Het eenzame zwarte kiekske krijgt dan gezelschap, al ben ik er niet van overtuigd of dat kieken daar erg gelukkig mee zal zijn. Kiekens zijn doorgaans redelijk sociale dieren die graag in groep leven, maar dit kieken is altijd al een outsider geweest. Ze is een ferme broekschijter, en hield zich altijd liefst zo ver mogelijk van de andere kiekens. Het enige nog levende beestje is intussen zes of zeven jaar oud en legt nog geregeld een ei. Maar goed, het beestje krijgt gezelschap, of ze dat nu graag heeft of niet. Ik ben er nog niet helemaal uit hoeveel kiekens ik ga kopen. Ooit had ik tien kiekens, maar dat begon wat krap te worden in het kiekenskot. Op de stokken is er plaats voor een zestal kiekens om te slapen. Ik denk dat ik nog een stuk of vier nieuwe kiekens kopen.

Op 13 april zal ik precies zes maanden rondlopen met m’n nieuwe (nu ja…) longen. Tot hier toe gaat alles goed daarmee, eigenlijk steeds beter en beter. Ik stuur zeker een bedankbriefje naar m’n topdokter in het UZGent. Zij heeft niet alleen na jaren gesukkel een diagnose kunnen stellen, maar heeft me ook finaal op weg gezet naar de levensreddende longtransplantatie. M’n donor kan ik niet bedanken. Die had klaarblijkelijk minder geluk dan ik. Maar toch: Dank je, beste donor, jouw dood redde mijn leven, en mogelijks ook dat van anderen.
In theorie is in België iedereen donor tenzij je uitdrukkelijk verzet aantekent. In de praktijk is er vaak discussie met familieleden. Om zulke discussie te vermijden kan je je registreren als donor. Dat is heel eenvoudig en het kan meerdere mensen hun leven redden in het geval dat er jou iets overkomt.
Meer informatie hierover: https://www.vlaanderen.be/orgaandonatie

Ook al is er volstrekt niemand die deze schrijfsels leest (ik deel ze dan ook met niemand tenzij met het wereldwijde web😉), ik hou jullie zeker op de hoogte van mijn boeiende avonturen in april!

Groeten,
Guy