zaagbok #klustips #creatiefmetafval

Het was de laatste dagen geen weer om een hond door te jagen, laat staan een beminnelijk man als mezelf, dus ik heb me enige tijd in relatieve ledigheid binnenshuis schuilgehouden. Twee weken geleden was het echter prachtig lenteweer. Het leek alsof de natuur het beu was om opnieuw op te tornen tegen de opwarming van de atmosfeer, elk jaar met minder succes, en dan maar gemakshalve besloten had om de winter dit jaar volledig over te slaan. Ideaal weer om hier en daar wat te snoeien, dat wel. De beukjes naast de serre waren te groot geworden en namen ’s zomers teveel licht af van m’n serreplantjes (dat vermeldde ik hier al eens). Die boompjes heb ik nu een meter of drie ingekort.

In de kippenren stonden een krulwilg die tot op de stam gesnoeid mocht worden en een meidoornboom waarvan ik enkele grote takken wou verwijderen.

prachtige meidoorn in april

Zo’n meidoorn wordt een prachtig bloeiende boom, maar een aantal takken hinderden de vlakbij staande notelaar. Na een weinig zweet, maar bloed noch tranen, lag de hele boel vol met grote en kleine afgezaagde takken. De kleinste takken en twijgen gingen in het hakselaartje.
Wat hebben we daarbij geleerd? Dat takken van krulwilg en meidoorn klotedingen zijn om in zo’n kleine hakselaar te stoppen. In principe kan het ding  takken met een diameter tot 45 mm tot bruikbaar frut vermalen – als we het instructieboekje tenminste mogen geloven, wat ik overigens maar zelden zonder voorbehoud doe. Takken boven 20 mm gebruik ik als aanmaakhout, dus al wat resteerde waren dunnere takjes en twijgen van minder dan twee centimeter dik. Maar takken van krulwilg zijn zo …euh… gekruld dat je ze helemaal niet vlot kan invoeren in zo’n hakselaartje, en ook takken van meidoorn zijn verdomd grillig. Dat ging allemaal veel minder vlot dan verwacht. Toch had ik uiteindelijk een mooie hoeveelheid gehakseld spul om bijvoorbeeld rond de frambozen aan te brengen, en tussen m’n bessenstruiken. De grootste takken en stammen ging ik te lijf met de kettingzaag. Nu weet iedereen die al ooit met een kettingzaag gewerkt heeft, dat het te zagen spul maar best zo stevig en veilig als mogelijk ligt. Zoals op een zaagbok dus, maar die had ik niet. Ik had wel nog enkele stevige ruwe maar rechte planken van een houten wegwerppallet. En dus heb ik zelf een opvouwbare zaagbok gemaakt.
Zoiets is eigenlijk vrij eenvoudig en snel in mekaar gevezen.

Waarom afvalhout gebruiken en geen stevig metalen zaagbokje kopen?
– goedkoop: iedereen kan wel ergens gratis aan een geschikt wegwerppallet geraken
– het kan geen kwaad als je eens abusievelijk met de kettingzaag de zaagbok raakt
– ecologisch: afvalrecuperatie in plaats van nieuwe grondstoffen gebruiken

Wat heb ik gebruikt?
– drie planken van 76 cm
– 6 planken van 100 cm
– drie bouten (M6, M8… naargelang beschikbaar)
– vier borgmoeren (of meer)
– twaalf (of meer) rondellen
– een fietsrekker (=snelspanband)
– een stuk draad
– enkele schroeven
Natuurlijk kan je afwijken van de afmetingen die ik gebruikt heb.


Wat is belangrijk?
– de V bovenaan moet groot genoeg zijn zodat ook dikkere stammetjes goed vast zitten
– de opbouw is niet per se symmetrisch omdat je aan (minstens) één zijkant  stukken van 30 à 40 cm wil overhouden die voldoende steun moeten hebben
– de zaaghoogte moet op een comfortabele en veilige hoogte zijn, dus zeker niet te hoog
– als er geen tweede persoon is om de takken vast te houden, voorzie je best iets om de takken ietwat vast te klemmen
– enkele rondellen tussen de scharnierende planken zodat ze niet tegen mekaar blokkeren bij het ‘werken’ van het hout
– rekening houden met de beschikbare opbergruimte

Hoe is het gemaakt? Welja, zie de foto’s:

Eenvoudig trucje om de poten gelijk met de grond af te zagen:

Of ik de enige ben die op dat idee kwam? Banee gij! Zie bijvoorbeeld HIER.

Groeten,
Guy

nestkastjes

Winter is coming, daar gaan we gemakshalve toch van uit. Gaan we na twee heel warme winters nog eens een winter krijgen met sneeuwmannen en ijsdagen? Ik zou mijn hand daarvoor niet in het vuur steken. Voor andere dingen trouwens ook niet, al is het maar omdat dat geweldig pijn doet – heb ik van horen zeggen.

Maar het wordt dus winter, en voor we het goed en wel beseffen, wordt het alweer lente en beginnen de vogels weer te vogelen en een nestplaats te zoeken, niet noodzakelijk in die volgorde. De voorbije jaren hadden we twee nestkastjes in de tuin hangen. Beide kastjes worden elk jaar in gebruik genomen door koolmeesjes.

Een van die kastjes heeft onze kroost een tiental jaar geleden als zelfbouwpakket cadeau gekregen. Papa heeft het in mekaar getimmerd, met een weinig hulp van de dochter (toen nog een kleuter) die ook eens een tikje met de hamer mocht geven. Beide kinderen mochten nadien elk de helft van het nestkastje beschilderen met de bijgevoegde kind- en milieuvriendelijke verf. De verf is in de loop der jaren bijna verdwenen, en het scharnierende dakje is een biotoop voor korstmossen geworden, maar het nestkastje doet nog steeds dienst.

Het andere kastje heb ik ooit zelf gemaakt en gaat ook al een jaar of tien mee. Geen scharnierend dakje, maar een scharnierende zijkant. Door het haakje onderaan 180° te draaien, kan de zijwand open scharnieren rond de twee schroeven bovenaan. (Op een onderstaande foto zijn ook die schroeven losgemaakt om de zijkant er helemaal af te nemen – gemakkelijker om goed te kunnen reinigen)

Elke jaar maak ik die nestkastjes proper. Ik maak ze open, haal er het oude nestmateriaal uit, en giet er dan kokend water in, om eventuele vieze parasieten te vernietigen die zich schuilhouden in de spleten en kieren.  In één nestkastje deed ik een akelige ontdekking. We hadden de mezenjongen minstens twee weken geregeld horen piepen, en de ouders met voedsel zien af- en aanvliegen. Toen het piepen gedaan was, dachten we dat de jongen uitgevlogen waren. Dat bleek niet het geval te zijn. In het oude nest trof ik de skeletjes aan van negen jongen. Wat er precies fout gelopen is, daar hebben we het raden naar. Zijn de ouders gestorven door het eten van rattengif (er zaten toen nogal wat ratten in de buurt) of vielen ze ten prooi aan een roofvogel, waardoor de jongen geen eten meer kregen? Zat er teveel gif van vlooienbandjes op hondenhaar dat in het nest verwerkt zat? Kregen de jongen toch een bepaalde soort vergiftigde rupsen te eten? Wat de reden ook is, het is niet uitzonderlijk dat er eens een nest ‘mislukt’. De natuur is wreed, van nature. Eten of gegeten worden. Dat de mens ook nog eens overal vergif in die natuur en in allerlei voedselketens verspreidt, dat helpt natuurlijk niet.

Nu wil het geval dat hier ook nog andere soorten vogeltjes rondvliegen die ik ook wel eens een comfortabele nestgelegenheid wil aanbieden, en waarom niet met het pimpelmeesje beginnen. Dat is eigenlijk eenzelfde kastje als van een koolmeesje, maar met een opening van 28 mm in plaats van 32 mm. Blijkbaar zijn die diertjes nogal kieskeurig wat hun voordeur betreft. Zo gezegd, zo gedaan. Ik had nog genoeg geschikte houten plankjes liggen (waar blijven die toch steeds vandaan komen), en vrij snel was dit het resultaat.

Bovenaan een klein reepje lood tegen regeninsijpeling. (afkomstig van een oude dakgoot van de buren – je kan hiervoor bijvoorbeeld ook een uitgeknipt stukje van een kapotte fietsband gebruiken) Onderaan heb ik onderaan gaatjes gemaakt voor drainage,  want die jonge vogels zijn niet alleen kleine vreetmachines maar ook kleine schijtmachines, en zo blijft het nestmateriaal droger. Soms volstaan daarvoor de kieren tussen de plankjes onderaan, maar een extra gaatje kan nooit kwaad.

Eerst ga ik nog de beuken in het stukje kippenren naast m’n serre drastisch snoeien (want die worden te groot en nemen teveel zonlicht weg), en daar zal ik dan het kastje ophangen. Dat is ver genoeg verwijderd (een meter of tien) van beide koolmezenkastjes, zodat die geen last van mekaar hebben. Ik overweeg om ook nog mussenkastjes te maken, of iets voor winterkoninkjes en/of roodborstjes, maar het aantal ophangplaatsen is hier nogal beperkt.

Ach ja, als je ook wil weten hoe je zo’n ding nu best maakt, of waarop je moet letten, of hoe dik het hout moet zijn, of wat er fout is aan heel wat nestkastjes die je in de winkel kan kopen, of waar en in welke richting je dat best ophangt, of welke vogelsoorten welke architecturale voorkeuren hebben:

Groeten,
Guy

creatief met afval: voederplankje voor kleine vogeltjes

De ene ziet een afgedankte braadpan om naar het containerpark te brengen, de andere ziet een mooi drinkbakje voor tuinvogels.  Het zal niemand die me kent verbazen dat ik tot de tweede categorie behoor. Dus toen er vorig jaar een klein versleten braadpannetje afgedankt werd, werd het een vogeldrinkbakje. Het handvat werd losgeschroefd en vervangen door een metalen verbindingsstukje om gemakkelijk stevig ergens aan te kunnen bevestigen.

Ik veronderstel dat menig vogel mij hiervoor dankbaar geweest is, tijdens de hete en uiterst droge zomers van de laatste jaren. Sedert de lente van 2018 hebben we hier geen water meer in de gracht gehad – en al twee jaar niet één enkele kikker meer gezien.  (Ook veel andere grachten en poelen die belangrijk waren voor nogal wat dieren, droogden in 2020 voor het eerst op.)
Anyway, ik begluur de vogels die soms komen drinken met m’n wildcamera:

Nu heb ik ook een voederplankje gemaakt voor vogels. Probleem was echter dat hier ontzettend veel kauwen en eksters zitten, en als je die niet weghoudt, dan is eender welk voer je daar legt binnen de zestig seconden volledig opgevreten en krijgen de kleintjes geen enkele kans meer. (Ik heb eerder ook de afscherming van het kiekenskot moeten aanpassen, omdat anders heelder kolonies van dat soort vliegende ratten al het kiekeneten opschrokken.)
Vandaar volgend ontwerp, dat ik vandaag gemaakt heb van (moet ik het nog zeggen?) afvalhout en een stukje ‘draad’ dat ik nog op overschot had.

Het onderste platformpje kan je eenvoudig kantelen en eruit halen, mocht dat nodig zijn. Ik heb géén idee of het zal werken zoals ik voor ogen had.  Gemorste zaadjes komen bij de kiekens terecht, en blijven dus niet liggen voor ratten en muizen.

Ik heb er alvast een soort voederstok in gehangen, met openingen waarin zaadjes zitten. Dat had ik vorige winter al gekocht met een cadeaucheque van een tuinzaak, die ik toen voor m’n 50ste verjaardag gekregen had. Maar aangezien het hier vorig jaar de hele winter gesneeuwd noch noemenswaardig gevroren heeft – wat ik trouwens m’n hele leven nog niet meegemaakt had – heb ik het vorige winter niet opgehangen. Je moet wilde dieren nu ook niet té hard verwennen – ze moeten hun overlevingsskills tenslotte behouden, of ze daar nu zin in hebben of niet.

Groeten,
Guy

Toevoeging 29/11/2020:
De mezen hebben het al snel gevonden:

Toevoeging 03/12/2020:
… en de ratten ook!

Daar moest onmiddellijk iets aan gedaan worden. Ik vreesde wel dat er vroeg of laat een rat zou opduiken bij het voederplankje. Het was dus vroeg. Ratten zijn in onze omgeving moeilijk helemaal te vermijden, en wanneer ze ergens een vaste bron van voedsel vinden, dan beginnen ze daar ook te nestelen en te kweken.

Het ding is nu bevestigd op een gladden metalen buis die aan de onderkant nog eens extra glad gemaakt is met een smeermiddel. Er is nog een stukje prikkeldraad rond de buis onder het voederplankje gewikkeld (buiten het bereik van de kippen die daar ook rondlopen), want waarom niet? Benieuwd of dit effectief genoeg zal zijn.

Waarvoor die takken bovenop dienen? Er foerageren winterkoninkjes op de plaats waar dit staat. Die gaan niet graag op een voederplankje zitten. Op de vorige locatie heb ik geen enkel winterkoninkje op de voederplank gezien. Winterkoninkjes zoeken hun eten liever dicht bij de grond en liefst beschut tussen struikgewas. Ik hoop om ze op die manier te lokken. Geen idee of dit zal werken – ik doe maar wat. De wildcamera hangt alvast klaar!

Toevoeging 04/12/2020:
Yes! Een heggenmus(?), een verder vooral veel koolmezen.

Toevoeging 05/12/2020:
Na het opduiken van die rat heb ik een batterij rattenvallen geïnstalleerd.
En jawel, met succes: ***DISCLAIMER: this image may show graphic content***
(Die vallen zijn fataal voor ratten, maar zijn volledig veilig voor de kippen of voor andere nieuwsgierige dieren. Daarover later eens meer.)

Het beest was van plan om in de kippenren te blijven wonen en had daar al een hol gegraven. De vallen blijven dus nog even paraat staan, en voortaan haal ik het vogelvoer elke avond weg.

Later toegevoegd:

Uiteindelijk heb ik het voederplankje aan een tak opgehangen. Dat bleek veel eenvoudiger te zijn, en buiten het bereik van ratten.

‘van die netjes’

Corona of geen corona, de trein des tijds – en dus ook des levens – blijft maar doordenderen. De zomer is amper voorbij of het is alweer bijna winter. Straks kunnen we opnieuw beginnen te zaaien, maar eerst worden nog de laatste oogstjes binnengehaald. Gisteren heb ik voor het eerst gember geoogst, en dat was best wel een succes. Een tweet hierover bracht enkele reacties teweeg in het genre “Unk, gewoon een stuk gember op wat potgrond leggen en dan groeit dan zo?” Dat is inderdaad de kortst mogelijke samenvatting, en iets te kort om verder mee aan de slag te kunnen. Een meer gedetailleerd relaas schreef ik hier.

Ik heb ook het citroengras geoogst. De grootste stengels ging naar de diepvriezer, de kleinere stengeltjes In de kruidenolie die ik nu aan het maken ben, en een deeltje zal volgend jaar dienen als plantgoed. Zie dit stukje voor foto’s en meer info.

Verse gember, vers citroengras… ideale gelegenheid om een nieuwe fles kruidenolie te maken voor Oosters aandoende wokgerechten of slaatjes. Ik gooi gember en citroengras in een kookpot met een liter arachideolie, samen met een blaadje salie, een stengel snijselder, wat koriander, en een van de laatste jalapeños uit de serre. Alles eerst proper maken en goed kneuzen, pletten en snijden om de smaakstoffen zoveel mogelijk te laten vrijkomen. Dan het hele mengsel eventjes opwarmen, laten afkoelen, enkele dagen laten intrekken, goed zeven, en terug in de fles. De vorige keer dat ik zulke olie maakte, deed ik er ook verse look bij. Dat zou evenwel risico op botulisme geven, en kan je beter vervangen door gedroogd lookpoeder. (Ik maak ook geregeld zo’n fles kruidenolie met eerder mediterrane allures. Heerlijk op tomaten en in slaatjes, maar bijvoorbeeld ook om aardappelen in te bakken.)

Het sociale leven ligt nog steeds zo goed als stil door die dekselse COVID-19. Niet dat ik daar onzettend veel last van heb – soms heeft het zo zijn voordelen om wat asociaal te zijn. Me vervelen doe ik nooit. Toch ben ik blij dat het nog steeds vrij zacht weer is, zodat ik buiten nog vanalles kan doen. Het is bijna eind november, en we hebben nog geen noemenswaardige nachtvorst gehad, en slechts af en toe wat regen hield me tegen om buiten bezig te zijn. De moestuin heeft een winterdekentje gekregen van onbruikbaar loof en afgevallen bladeren. (Waarom doe we dat? Zie bijvoorbeeld hier, of hier)

Ik had het er al eerder over, ik gebruik nogal graag eens basilicum, en het is niet zo moeilijk om altijd over verse basilicum te beschikken door steeds opnieuw te stekken. Ik gebruik daarvoor deze kleine flesjes.

Maar die kleine vaasjes worden op de lange duur behoorlijk vuil. Kalk en allerlei aanslag aan de binnezijde die er met vaatwasmachine noch handwas af te krijgen is, door die smalle hals. Ik zou mezelf niet zijn, mocht ik daar niks op gevonden hebben, gebruik makend van afval. Je hebt van die netjes waarin bijvoorbeeld look of citroenen verkocht worden, en waarvan je niet weet “mag dat nu in de blauwe zak of niet”.

In combinatie met een oude tandenborstel is dat een ideaal schuursponsje! Met de tandenborstel alleen kan je immers niet in de randen van de flesjes. Je propt met een draaiende beweging het netje door de hals, en met behulp van die tandenborstel kan je dat propje dan overal in het flesje rondfrotten, ook in de anders moeilijk bereikbare randen.

Zulke netjes, alsook oude tandenborstels, zijn overigens ook heel bruikbaar voor andere en heel uiteenlopende poetsactiviteiten.  Ik gebruik ze ook soms in bloempotten met grote gaten onderin, in plaats van potscherven die daarvoor vaak gebruikt worden.

Het houdt de aarde binnen, en laat overtollig water perfect door – ik vermeldde dat ook hier al eens.

Groeten,
Guy

creatief met afval: ‘steampunk’ monitor

Ik pruts dus graag met allerlei rommel om er iets nuttigs van te maken. Huishoudelijke apparaten doen hier doorgaans dienst tot ze niet meer te redden zijn, wars van hippe trends of opdringerige technologische vernieuwing. Zo ook de vorige laptop, maar iets op het moederbord gaf er uiteindelijk toch de brui aan. De harde schijf was nog bruikbaar, alsook het scherm. De RAM krijg je niet meer in een moderner toestel geramd.
Aldus werd de schijf een externe harde schijf, die ooit een nog niet nader bepaald doel zal dienen.

Het scherm bezorgde me wat meer ouderwets knutselplezier, en werd een extra monitor voor de nieuwe laptop, met behulp van restjes hout en een vanuit de Chinese Volksrepubliek verscheept stukje elektronica. Iemand noemde het resultaat “very steampunk. Ik had daar zelf niet aan gedacht, maar er is inderdaad iets van aan.

Je kan dat eigenlijk met elk laptopscherm doen. Het scherm voorzichtig uit de behuizing halen, kijken welk type het is, op het wereldwijde web een geschikte controller voor het scherm zoeken, en knutselen maar. Ik vind het handig om het tweede scherm boven m’n laptop te hebben, maar het houten frame is zo gemaakt dat het scherm ‘redelijk’ gemakkelijk ook in een lagere positie kan gemonteerd worden, zodat je het naast de laptop kan plaatsen in plaats van erboven. Het scherm is ook horizontaal kantelbaar naar boven of naar beneden, zodat je steeds de juiste kijkhoek hebt.

Een tweede beeldscherm is bijzonder handig bij sommige bezigheden. Eenmaal je het gewend bent… En toen ging vrouwlief ermee lopen, wegens COVID-19 gerelateerd thuiswerk, want zo’n tweede scherm vond ze zelf ook wel best handig. Vandaag mocht ze evenwel op haar reguliere werkplek een extra monitor halen, en dus heb ik m’n gebricoleerde schermpje alvast teruggevorderd.

Een laptopscherm heeft geen eigen controller. Die zit op het moederbord van de laptop, dus moest er een beeldschermcontroller voorzien worden. Die controller heb in een oud sigarendoosje ingebouwd en met velcro bevestigd aan het frame. Wel even voorzichtig zijn bij het losmaken en bevestigen van de nogal delicate connectie van de LVDS-kabel. De elektrische voeding is gemaakt van de voeding van de gesneuvelde laptop, weliswaar met een step-down module ertussen. Die module zit voorlopig in een doosje waar ooit schroeven in zaten. Dat is in afwachting tot ik iets stevigers vind, want dat doosje op de vloer is niet echt ‘voetbestendig’.

Zelf heb ik van het bouwen helaas geen foto’s gemaakt, maar op het internet vind je allerlei ideeën en tips om van zo’n oud laptopscherm een monitor te maken.
Ook wie de beschikking heeft over een 3D-printer die groot genoeg kan printen, kan daar vast bijzonder originele schermbehuizingen en -staanders mee maken.

Jááá, ik weet dat een kant-en-klare monitor helemaal niet ontzettend veel kost, en tweedehands kan je zeker voor weinig geld een exemplaar op de kop tikken. Maar hey, wat is daar nu voor fun aan?

Groeten,
Guy

creatief met afval: een miniserre

Ik vermeldde vorige keer dat er vanalles aan de hand is in onze badkamer. Die was hoognodig aan een renovatie/update toe, en Poolse vaklui zijn er druk in de weer met gyproc en wandtegels. Dat heeft geen hol met het moestuingebeuren te maken, maar het is wel een brug naar een nieuw item in de reeks “creatief met afval”.

Voorafgaandelijk haalde ik alles uit de badkamer weg wat los zat, en ook alles wat vast zat. Nu ben ik van het type “geef me een hoop rotzooi en ik probeer er iets mee te maken” – er bestaat vast een wetenschappelijke psychologische term voor. En nu zat ik met onder meer een oud douchescherm, een groot en stevig wegwerppallet waarin de nieuwe doucheplaat veilig verpakt zat, en een stukje golfplaat dat ik voor de buurvrouw wel naar het containerpark zou brengen ‘want we moesten toch gaan’. Afbraak van de oude badkamer voorzag me ook van een hoop schroeven en hoekprofieltjes. Wat gezaag, geboor, gevijs en enkele uren later had ik een kleine minikas gemaakt. Het lijkt me ideaal om in huis opgekweekte zaailingen in het voorjaar buiten te zetten, ook wanneer het daar misschien nog een tikkeltje te koud voor is, en om in huis voorgezaaid plantgoed te laten ‘afharden’, zoals dat heet. Voor alle zekerheid is het bovenste gedeelte gemakkelijk van de houten onderkant afneembaar, zodat ik het desgewenst ook op volle grond kan gebruiken.

Eigenlijk is mijn ‘grotere’ serre, die ik overigens toch maar beter ‘mijn kleine serre’ noem, vooral wegens de afmetingen, ook volledig opgetrokken uit afvalmateriaal. Toen ik – meer dan 15 jaar geleden – op het werk enkele ramen van het bedrijfsgebouw liet vervangen, zag ik daar mogelijkheden in, temeer daar ik eerder ook al beslag kon leggen op de dubbelwandige polycarbonaatplaten van de pas afgebroken veranda van de buren. Ik vroeg aan de installateur om enkele van de uitgebroken ramen aan m’n woning af te zetten. Met metalen profielen en wat hulp van een vriend schroefde ik de zware ramen aan mekaar vast. Met de polycarbonaatplaten maakte ik het dak. Eén raam had gebroken glas. Dat glas haalde ik eruit, en verving het door een stuk polycarbonaatplaat. Dat raam werd de lichte en gemakkelijk hanteerbare deur.

Van enkele ramen was het draai- en kipmechanisme defect – maar niet alle ramen hoefden open te kunnen, als ik er maar enkele in de kipstand kon zetten. Eén raam had ook last van condensatie tussen de beide glasplaten van het dubbel glas. Er was natuurlijk een reden waarom die ramen vervangen werden. De serre was niet erg groot maar wel nagenoeg gratis. De kosten bleven beperkt tot wat beton om een weinig fundering te hebben, en een zakje van die afdekbare schroeven om het dak te bevestigen (het restant daarvan kon ik nu gebruiken voor m’n miniserre)

Nu is het me niet enkel om de geldbesparing te doen, althans dat tracht ik mezelf wijs te maken, maar ook om het feit dat afval niet steeds afval hoeft te zijn. Er worden voortdurend onvoorstelbare hoeveelheden perfect bruikbare spullen weggegooid om te verbranden en te storten, en tegelijkertijd blijven de productiemachines overal op de wereld draaien om nieuwe spullen te produceren die je ook met dat weggegooid spul zou kunnen maken.

Want de economie moet eeuwig blijven groeien, hoger dan de hemel, to infinity and beyond! Dat maakt me soms een klein beetje boos, en al zal ik de wereld niet redden met mijn gebricoleer met afval, het zal toch weer iéts minder mijn schuld zijn als de wereld naar de kloten gaat.

Groeten,
Guy


Toevoeging 01/10/2020:
Terwijl de basilicumplantjes buiten verpieteren door het aanhoudende koude, natte en donkere weer, doen die in m’n nieuwe bak het uitstekend:

citroengras (sereh)

27 juli 2020, een klein half jaar na het eerste geval van COVID-19 in ons land, en ruim 4 maanden na de eerste landelijke “lockdown”, zit het nog steeds niet snor met dat dekselse virus. Na maanden van ongezien politiek geklungel, op nationaal niveau en nog meer op Vlaams niveau, komt er nu een tweede besmettingsgolf aan. De lui die voortdurend stonden te toeteren dat de maatregelen zo snel mogelijk, en liefst nóg sneller, moesten versoepeld worden – want de economie en al! – staan nu hypocriet te huilen dat er door alle andere niet doortastend genoeg opgetreden wordt. Na maandenlang alle waarschuwingen genegeerd te hebben, en het aanhoudend belachelijk en ongeloofwaardig proberen te maken van waarschuwende virologen, wil een bepaalde politieke strekking zich nu alsnog opwerpen als redder van het volk. Het Vlaamse Volk weliswaar, van de rest liggen ze niet zo wakker, tenzij er propagandagewijs kan over bericht worden in negatieve stigmatiserende termen. Maar we zouden hier niet over politiek zeuren, nam ik me optimistisch voor, want daar wordt tenslotte niemand beter van. Wie alles, ja echt álles wil weten over corona kan overigens op deze blog terecht.

Laat mij het dan maar rustig hebben over citroengras, bij onze noorderburen doorgaans ‘sereh’ genoemd. Citroengras is een veelgebruikt ingrediënt bij Oosterse gerechten, en is tegenwoordig in heel wat supermarkten als stengel te verkrijgen. Een eigenschap van deze stengels is dat je ze gemakkelijk kan doen wortelen. Je moet natuurlijk stengels nemen die er nog ietwat vers uitzien, en laag bij de grond afgesneden zijn zodat er nog een stukje wortel aanhangt. Een heel klein stukje wortel is genoeg, zelfs met amper een millimeter lukt het. Met een heel fijn scherp mesje snij je een flinterdun stukje van de onderkant af, zodat het verdroogde snijoppervlak weer water kan zuigen. In een bodempje water zetten en hopla, onmiddellijk begint het blad te groeien, en vrij spoedig groeien er wortels aan de stengel. Klimaatopwarming ten spijt leven we echter (nog?) niet in een tropisch klimaat alwaar citroengras zich van nature opperbest voelt. Je kan het pas buiten planten zodra er geen kans meer is op vorst, en onze zomers zijn nadien stomweg ietwat kort om deze heroplevende scheuten zich behoorlijk te laten vermeerderen.

Daarom doe ik het niet in één, maar in twee jaar. Ik heb geregeld stengels over. Ik zet die in een glas water voor later gebruik. De stengels op die manier levend houden, is ook gewoon een betere manier om ze te bewaren dan ze in de koelkast leggen. Het gebeurt wel eens dat ze een heleboel wortels krijgen en flink uitlopen, nog voor ze bij een volgende kooksessie in de kookpot terechtkomen. Die plant ik dan in bloempotjes met potgrond.

In de loop van het jaar verzamel ik zo een aantal plantjes. Ik laat ze de eerste winter binnenshuis overwinteren. Je mag gerust een stuk van de bladeren afknippen wanneer ze te lang worden – ze groeien gewoon verder.  Na de passage der ijsheiligen zijn het dan al beter ontwikkelde plantjes met een veel groter wortelgestel. (Sommige plantjes staan dan al meer een jaar in een pot). Wanneer je ze dan, eind mei/begin juni, buiten op een zonnige plaats plant, hebben ze al een grote voorsprong en kunnen ze meerdere stengels beginnen te ontwikkelen. Maar zo groot als in hun natuurlijke biotoop worden de planten niet in ons klimaat. Je kan ze ook uit zaad kweken, als je maar vroeg genoeg begint.

Citroengras wordt ook gebruikt als natuurlijk bestanddeel voor citronellakaarsen, die verondersteld worden om vervelende muggen op comfortabele afstand te houden. Nu zag ik ooit een mug op de zijkant van een brandende citronellakaars landen en rustig blijven zitten, dus ik veronderstel dat de effectiviteit van dit middel toch enigszins begrensd is. Over klein vliegend ongedierte gesproken: ken je die elektrische vliegenvangers die eruitzien als een tennisracketje, en met een bevredigend geknetter vervelende rondzoemers liquideren?

Ik heb een knutselwerkje van zoonlief genomen om het om te bouwen tot een insectenknetteraar. In het vak techniek had hij zich enkele technische basisvaardigheden eigen moeten maken, of dat was althans de achterliggende betrachting, door het maken van een soortement foto- en balpenhouder. Nadat het artefact een tijdlang zijn kamer gedecoreerd had, mocht het een roemloos einde in de vuilnisbak tegemoet zien. Dat was natuurlijk buiten de ouwe hier gerekend, die al gaarne eens creatief met vermeend afval probeert te doen. Met wat spotgoedkope Chinese electronica en een rolletje ijzerdraad dat nog in ‘het kot’ lag, ging ik dan maar aan de slag. Het resultaat is iets dat ongeveer dubbel zo hard knettert als de eerder genoemde tennisracketjes. En omdat het spul toch voortdurend aan staat – want het verbruikt nagenoeg geen hol aan stroom – waarom er dan ook niet meteen ook een telefoonoplader van maken? De menselijke geest maakt soms vreemde sprongen. Intussen is gebleken dat het ding naar behoren werkt. Helaas trekt een toestel op basis van licht geen muggen aan. In tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt, lokt licht geen muggen, ook niet wanneer er een vleugje infrarood en ultraviolet bijzit.

Maar hola, we hadden het dus  over citroengras. Nog enkele foto’s:

Groeten,
Guy

Toevoeging 24/11/2020:
Gisteren heb ik uiteindelijk het citroengras geoogst. Winter is coming, ook al lijkt die daar niet geweldig veel haast mee te maken. De acht stengels zijn er intussen een heleboel geworden. Een aanzienlijk deel, vooral de allerdikste stengels, werd reeds tussentijds geoogst voor allerlei gedoe in de keuken. Alles tesamen had ik zowat een tachtigtal bruikbare stengels. Wat doe je daar dan mee? De grootste stengels liggen nu in de diepvriezer te wachten op toekomstig gebruik. De dunste stengels heb ik meteen gebruikt om kruidenolie mee te maken, samen met onder meer de gember die ik ook gisteren geoogst heb.

Bij het losscheuren van de stengels had ik bij elk bosje uiteindelijk nog een kluitje over met behoorlijk wat wortels aan. Ik heb deze in de serre geplant. Misschien om deze winter nog vers te oogsten, of misschien om te overwinteren en volgend jaar weer buiten te planten – als dat mogelijk blijkt.

Het experiment met overwinteren in de serre is nogal twijfelachting. Om de volgende generatie citroengras te verzekeren, heb ik ook enkele kleine scheutjes in huis gezet.

Het loof heb ik tussen de jonge look gelegd, bij wijze van beschermlaag voor de komende winter, en in het voorjaar gaat het in het compostvat. Niks gaat verloren!

* * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * *

zaaien in wc-rolletjes: zin of onzin?

Vandaag surfte ik nog even rond op de golven van de moestuinsectie van het wereldwijde web van wijsheid, meer specifiek om te leren over andermans ervaringen met het voorzaaien in wc-rolletjes. Ik kwam tot de conclusie dat de methode vrij veel navolging kent, maar ook dat sommige moestuiniers het niet helemaal goed begrepen hebben.

Zo kwam ik terecht bij Jelle, die stelt dat zaaien in wc-rolletjes geen goed idee is, en ook bij Tine, die het geen erg succesvolle methode vindt. Wanneer ik naar hun foto’s kijk, wordt me al snel duidelijk waarom dat het geval is.
In beide gevallen zijn de tomaten voorgekiemd in een potje of zo, en daarna werden zaailingen overgeplant in een wc-rolletje, waarin ze veel minder goed floreerden dan hun broertjes/zusjes in een gewoon bloempotje. Dat is evenwel niet de bedoeling. Zo’n rolletje is te klein om een plantje te laten opgroeien, en het karton is te waterdoorlatend.

Waarvoor gebruiken we dan wc-rolletjes? Wel, om rechtstreeks in te zaaien. Wc-rolletjes zijn gemakkelijk met veel tegelijk in een bakje op een warme plaats te zetten, en af te dekken zodat ze niet uitdrogen. Zodra het plantje ontkiemd is, en zijn eerste paar ‘echte’ blaadjes heeft, moet het echter verspeend worden naar een groter potje. Zo’n rolletje is niet geschikt om de plantjes langer in te laten groeien. Eerst elders laten ontkiemen, en daarna verspenen naar een wc-rolletje is niet alleen een enorm gepriegel, het is ook gewoon geen goed idee.

Jolanda maakt in haar – overigens erg lezenswaardige – blog melding van een ander probleem.
Sommige zaadjes zijn inderdaad niet handig in zo’n rolletje te mikken. Daar bestaan evenwel vrij eenvoudige oplossingen voor: een trechterje, een tot trechter gerold papiertje, of misschien vind je wel inspiratie op de gedetailleerde website van Sjef.

Is zaaien in wc-rolletjes een mirakeloplossing? Zeker niet, het heeft voor- en nadelen.

Wat zijn, naar mijn ervaring, de voordelen van wc-rolletjes?

  • Het neemt weinig plaats in om op een warme plaats te zetten (bijvoorbeeld een radiator, een warme vensterbank, een verwarmingsmatje,…)
  • Elke zaailing kan individueel verplaatst of verspeend worden
  • Erg eenvoudig om te verspenen: met rolletje en al in een potje, of in volle grond. Het rolletje verteert snel.
  • Er is geen enkele verstoring van de wortels bij het verspenen, dus ook geschikt voor plantjes die niet graag verspeend worden.
  • 100% gratis en 100% milieuvriendelijk.


Nadelen:

  • Niet geschikt om plantjes lang in te laten groeien. Droogt snel uit indien onafgedekt op een warme plaats.
  • Je moet genoeg kakken om genoeg rolletjes te verzamelen, als je erg veel op deze manier wilt zaaien. Ik heb slechts een klein lochtingske, en ik heb vandaag 17 februari al 50 à 60 rolletjes gebruikt. Over drie weken heb ik er nog een 15-tal nodig, voor de tomaten. Voor een doorsnee huisgezin is het evenwel geen probleem om genoeg bij mekaar te kakken.
  • Mogelijks is een rolletje wat klein om een zaadje mooi in het midden te mikken, maar daar bestaan echter eenvoudige hulpmiddelen voor, en het hoeft ook niet exact in het midden te zijn.
  • De rolletjes worden vies en kunnen beschimmelen, zeker bij een lange kiemtijd. Dat maakt natuurlijk ook gewoon deel uit van het verteringsproces, maar je kan dat beperken door speciale zaaigrond te kopen, daarin zijn de meeste kiemen door verhitting gedood. Je kan zelf ook gezeefde compost verhitten in de oven of in een oude pan, maar de ervaring leert me dat dit heel onaangena stinkt.
  • Voor mensen met ernstige longproblemen of immunosuppressieve medicatie kan het omwille van schimmels (net als bij blootstelling aan potgrond, compost, hopen groenafval of grasmaaisel, dierenvoeder, uitwerpselen van kippen of andere vogels, hooi of stro,…) zonder voorzorgsmaatregelen* een risico zijn.
    *: niet in leef- of slaapkamer houden, handen wassen na aanraking, ook kledij verversen na intensief contact, opletten met wat je inademt, niet nodeloos in potgrond wroeten, niet tegen de wind in verspenen of compost verspreiden, evt. mondmasker,…

Tips voor het zaaien in wc-rolletjes:

  • Vóór het ontkiemen is vooral warmte belangrijk in het geval van peper, paprika of tomaten. Na het ontkiemen hebben de plantjes minder warmte maar meer licht nodig.
  • Tijdig verspenen. Ik doe dat zodra het eerste paar echte blaadjes ontwikkeld is.
  • Dagelijks water geven van bovenaf met een plantenspuit. Zorg dat de rolletjes niet uitdrogen, maar maak ze ook niet kletsnat. De rolletjes drogen minder snel uit wanneer je ze tegen elkaar zet.
  • Ik knip steeds ongeveer 1/2 à 1/3 van de rolletjes af. Je zal dan sneller een plastieken potje vinden dat hoog genoeg is om het zaaisel gemakkelijk te kunnen afdekken om warm en vochtig te houden, en je kan de rolletjes dieper steken bij het verspenen. Het afgeknipte deel mag gewoon in het compostvat. (Ook wanneer je wc-rolletjes niet gebruikt om in te zaaien, kunnen ze uiteraard in het compostvat.)
  • Maak de rolletjes zeker bij tomaten kort genoeg, om diep genoeg in het potje te kunnen steken bij het verspenen.
  • Soms lees je ook iets over voorzaaien in eierdoosjes. Daar heb ik veel minder goede ervaringen mee. Er kan slechts heel weinig zaaigrond in zo’n vakje en er is bijgevolg erg weinig plaats voor de zich ontwikkelende worteltjes. Ik heb ook ervaren dat het karton van eierdoosjes snel zo wak en slap wordt dat het nadien nog moeilijk te manipuleren is.
  • Wanneer je het plantje wil uitplanten in een droge grond, dan hou je de aarde in en rond het rolletje best vochtig genoeg totdat het rolletje voldoende verteerd is. Een droog rolletje kan de wortelontwikkeling tegenhouden.
  • Soms ‘pel’ ik een stuk van het kartonnen rolletje weg bij het verspenen. Dat doe ik enkel als ik merk dat het aardkluitje vast genoeg is om daarbij niet uit mekaar te vallen.
  • Je kan eventueel enkel de bovenste helft van het rolletje vullen met zaaigrond, en de onderste helft met gewone potgrond. Zo vindt het jonge plantje sneller meer voeding.
  • Niet alles gedijt even goed in WC-rolletjes. Bij mij werkte het prima voor tomaten, pepers, paprika, look en tuinbonen. Het werkte niet goed voor sla en koriander.

Enkele foto’s:

In dit stadium moeten de tomaten verspeend worden naar een potje, anders wordt de groei gehinderd. Doordat er een stuk van het rolletje afgeknipt was, was het heel gemakkelijk om het plantje met rolletje en al wat dieper te steken bij het verspenen. In dit geval was het rolletje wel wat véél afgeknipt.


Voorzaaien in wc-rolletjes kan erg plaatsbesparend zijn.


Tuinbonen zaai ik voor in wc-rolletjes in de serre. Zo zijn ze veilig voor muizen en voor teveel nattigheid, tot ze veilig kunnen uitgeplant worden. (klik op de foto om te vergroten)


Idem voor knoflook. Bij het koken vind je in een bol look soms nogal kleine teentjes. Die hou ik dan apart om te planten.

Peper, paprika en tomaten, klaar om te verspenen in een potje. (klik op de foto om te vergroten)


Toevoeging 11/05/2021:
Ook met prinsessenbonen lukt het prima. Ben je het beu dat hongerig gevogelte de ontkiemende boontjes aanziet voor vette wormen? Wil je bonen zaaien, maar is het de komende week nog te koud? Wordt er een lange periode van regen voorspeld en gaan de boontjes weer eerder rotten dan ontkiemen? Je kan ze op een warmere en beschutte plaats voorzaaien in wc-rolletjes. Ik laat de bonen een uurtje voorweken, en dan stop ik ze in rolletjes in licht vochtige aarde. Zeker niet te nat! Zodra ze groot genoeg zijn om niet meer met een lekker vogelhapje te verwarren, gaan ze met rolletje en al de grond in. (klik op de foto om te vergroten)

Enkele andere webpagina’s over zaaien in wc-rolletjes:

Groeten,
Guy

creatief met afval: plantenbakken

Ik had nog een aantal onderwerpen in gedachten om een klein stukje over te maken. Eén daarvan ging over enkele plantenbakken die ik gemaakt heb om op het terras te zetten. Eigenlijk valt daar niet erg veel over te zeggen of schrijven, maar dat heeft me nooit eerder tegengehouden.

Ergens in 2018 hebben we de oude tuinhuisjes vervangen door nieuwe. De oude waren erg goedkope spullen uit een lokale doe-het-zelf zaak. In dit geval betekende goedkoop wel degelijk ‘goedkope brol’, maar de budgettaire beperkingen waren destijds van die aard dat er weinig anders opzat. Ik heb deze destijds samen met mijn vader in mekaar gestoken. De fysieke toestand van ons beiden liet zulks nog toe, toen. Ik vermoed dat dit soort knutselwerk nu, meer dan vijftien jaar en niet onaanzienlijke gezondheidstrubbels later, een zware dobber zou zijn, voor ons allebei. Het waren dus twee goedkope tuinhuisjes, één voor de gebruikelijke tuinhuisbrol en een ander voor kruiwagen en fietsen en dergelijk groot spul. Ze hebben trouw dienst gedaan, zonder twijfel, maar het hout was van bedroevende kwaliteit en na al die jaren was het rot. Het aantal fietsen, en de grootte daarvan, was in die jaren ook toegenomen. Na een hoop intensief van-de-stoel-geval wegens hoeveel zoiets in hemelsnaam wel kost wanneer je het door vaklui laat uitvoeren, en met degelijke materialen, werd hier dus een tuinhuis annex fietsenstalling gebouwd, met één of andere hoogwaardige houtsoort waarvan de naam me nu even ontglipt. (Snel opgezocht: de houtsoort heet padoek. Zeer hard hout, en knaloranje wanneer vers – het wordt gelukkig wel erg snel mooi bruin.)


Het resultaat is geslaagd, al waren er enkele praktische ongemakken doordat ik tijdens de werken weer eens een week of twee in het ziekenhuis opgenomen was. Toen ik uit het ziekenhuis ontslagen werd, waren ze net klaar. Ik kon hierdoor de resten van dat hardhout veiligstellen, en eerlijk gezegd, ik heb misschien iets meer opzijgelegd dan er met zekerheid restjes waren.

Hoe dan ook, na de werkzaamheden had ik enkele mooie resten hardhout. Wat ik al langer had, was het voornemen om voor enkele grotere plantenpotten te zorgen op het terras, om het zonnige gedeelte van het terras te kunnen gebruiken om kruiden en/of extra tomatenplanten te kunnen plaatsen. Dus begon ik maar na te denken en te meten en te schetsen, en uiteindelijk te knutselen. De bakken moesten gemakkelijk verplaatsbaar zijn, een waterdoorlatende onderkant hebben, maar toch gesloten genoeg zijn om aarde en wortels binnen de bak te houden. En uiteraard mocht het allemaal weer niet te veel kosten. Enfin, onderstaande foto’s maken wel duidelijk hoe ik de bakken gemaakt heb. Misschien kan het iemand inspireren

Voor de bodem van de bakken kocht ik deze, om een voldoende waterdoorlatende en vochtbestendige bodem te hebben. Al de rest is gerecupereerd materiaal.
De bodem moet hier nog afgedekt worden met een stuk worteldoek.
De wieltjes onder de bakken komen van drie zulke ongebruikte plantenrollers die ik nog had.
Met de bankirai vloerplanken van de fietsenberging kon ik nog een extra bak maken.
Dit is een vreselijk lelijke plastieken plantenbak die ik gepimpt heb door er de laatste restjes hardhout tegen te schroeven.

Groeten,
Guy

bricoleren

Vorig jaar begon ik voor het eerst met peper, paprika, tomaten en ander spul zelf vroeg in het jaar voor te zaaien, en daartoe gebruikte ik allerlei afvalspul om dit zo goedkoop mogelijk te doen, en nog liefst van al zo gratis mogelijk. Noem het ecologisch bewustzijn, creatief met afval, of voor mijn part ordinaire gierigheid. Ik, van mijn kant, hou het liever op een combinatie van de drie, al is het ook een beetje een sport. Wanneer ik materiaal, dat door mentaal gezonde mensen doorgaans zonder veel omhaal in de vuilbak gekieperd wordt, gebruik als alternatief voor iets wat je voor een halve appel en geen enkel ei kan kopen in iedere doe-het-zelf zaak of plaatselijk tuincentrum, dan voelt dit ook een beetje aan als een minieme doch lovenswaardige overwinning op de meedogenloze wegwerpmaatschappij en bij uitbreiding op diens kapitalistische uitwassen. Van dit soort zelfoverschattende overdrijvingen is nog nooit iemand doodgegaan, vermoed ik. Maar goed, zoals je kan nagaan in “plastieken brol” had ik een hele mikmak van plastieken potjes, wc-rolletjes en andere potentieel nuttige voorwerpjes verzameld, teneinde daarin zaadjes tot ontkieming te brengen.

Dat werkte allemaal wel, en zoals wel vaker het geval is: het ene al beter dan het andere. Op een jaar tijd ziet een gemiddeld huisgezin echter veel meer plastiekafval passeren dan goed is om lang bij stil te staan, en dienen talrijke mogelijkheden zich aan om de verzameling potjes te upgraden tot een coherenter en tevens praktischer geheel. Ik wil enkel de zaaibakjes overhouden die hoog genoeg, stevig genoeg, en goed stapelbaar zijn, en dus hield ik even kuis. Het toeval wou dat precies in die week de PMD-ophaling de P+MD-ophaling werd, en mochten er meer soorten potjes en folie ter recyclage aangeboden dan voorheen. Bijgevolg kon ik met een gerust gemoed een heleboel voormalige kweekpotjes weggooien.

Wat me vorig seizoen geregeld ambeteerde, was dat ik geen fatsoenlijke voorziening had om teelaarde in de wc-rolletjes te doen, de wc-rolletje-zaaisels te verspenen in een klein potje, en voor andere gelijkaardige bezigheden. Telkens zat ik gehurkt in de aarde te wroeten, en bij gebeurlijke last aan de knieën ging ik op een speelgoedkrukje zitten, wat het evenwel nog steeds niet comfortabel maakte. De zaaisels stonden in de serre ook op de grond. Echt praktisch was dat toch niet allemaal.

Je kan natuurlijk daartoe bestemde tafeltjes kopen, maar ja, kopen… Ook zijn die dingen steevast te groot om in m’n piepkleine serre te zetten. Zo’n tafeltje zou zonlicht afnemen van de planten op de grond en in de weg staan van opgroeiende tomaten. In een boekje van VELT, dat ik even te leen had van m’n schoonvader, moestuinier op jaren, zag ik evenwel plots het licht in de vorm van een tip: een tafeltje hoeft geen vast tafelblad te hebben. Soms kan een mens zich dom voelen: waarom had ik daar zelf nog niet aan gedacht? Ik heb dan maar iets in mekaar geknutseld met enkele restjes panlatten en andere overschotjes. Het heeft geen tafelblad, en alles wat ik nodig heb kan tijdelijk bij wijze van tafelblad op/in het frame geplaatst worden, op twee niveau’s. In de zomer blijft het frame gewoon staan. De planten kunnen dan door de tafel heen groeien, en wat ik dan nog in potjes zaai, hoeft ik niet op de grond te zetten.

Groeten,
Guy

Toegevoegd op 23/01/2021:
Volgende foto’s laten zien hoe het tafeltje het hele jaar in de serre blijft staan en de planten ongehinderd erdoor kunnen groeien, terwijl het toch nog kan gebruikt worden om zaaigoed op te zetten.