longtransplantatie: precies twee jaar geleden

Ik heb het hier en daar al eens vermeld, maar eigenlijk heb ik nooit veel over m’n longtransplantatie geschreven. Het is nochtans een vrij ingrijpende gebeurtenis. Twee jaar geleden was ik zo ongeveer aan het sterven – letterlijk dan. De longen wilden niet meer mee. Ik voelde me wel nog vrij goed en gelukkig en al, alsof zo’n permanente zuurstofslang, en de eindeloze reeks longdrainages, aerosoltherapieën, oefensessies bij de ‘longrevalidatie’ en hospitalisaties me nooit klein zouden krijgen, en alsof het normaal was dat ik in de apotheek m’n medicijnen niet kon vragen zonder even te moeten gaan zitten. Het lijkt als gisteren en tegelijk als zeshonderd jaar geleden.

Toen kwam het telefoontje waar ik al acht maanden op wachtte, en toch kwam het helemaal onverwacht. Het was een vrijdagochtend rond een uur of 10 ’s ochtends, en de Leuvense professor en longarts zelve zei me “Guy, we hebben longen voor jou”. Ik antwoordde iets als “Godverdomme… dan vertrek ik maar best naar Leuven zeker?” Ik belde naar vrouwlief, die me naar Leuven zou brengen maar op haar werk was. Ik heb een bad genomen, kwestie van me proper gewassen aan de dames en heren van het artsengild te onderwerpen. Ik bedacht me ook dat ik de komende weken geen deftige koffie meer voorgeschoteld zou krijgen. Er zijn slechts weinig plaatsen waar de koffie nog slapper en fletser is dan in UZ Gent, en UZ Leuven is er één van, dus nam ik nog de tijd om rustig koffie te drinken. Naderhand bedacht ik dat ik misschien beter ook nog de tijd genomen had om zelf m’n ballen te scheren. Maar goed, de stagiair-verpleger die me voor de operatie voorbereidde, heeft m’n klokkenspel met de nodige zorg behandeld.

Vrouwlief was inmiddels thuisgekomen, en na de koffie konden we vertrekken, met een vreemde mengeling van schrik en hoop. Natuurlijk liet ik nog een kort bericht na voor de kinderen, die op school zaten.

(‘doddy’ is ons inside gezinsgrapje en betekent gewoon ‘papa’)

Eén van de zorgen was: wat als er lange files zijn op de snelweg? Op weg naar een longtransplantatie is niet meteen de situatie waarin je in het verkeer vast wil zitten door onstuimige weersomstandigheden of door weer eens een ongeval op de Brusselse ring. De mensen van het ‘transplantatiecentrum’ hadden ons wel gerustgesteld en gezegd dat we in uiterste nood een politieescorte konden vragen om ons door de file heen te loodsen, maar je hebt toch liever een rustige rit. In de wagen bracht ik nog m’n naaste familie en beste vrienden op de hoogte, heel beperkt.

Zodra je je aanmeldt aan de spoedopname met “Goeiemiddag, ’t is voor een longtransplantatie” onderga je alles gedwee. Je wordt gewassen, geschoren, nog eens gewassen, van kop tot teen ontsmet, zowel aan de binnenkant als aan de buitenkant.

Ondertussen worden ergens de longen van een minder fortuinlijke medemens uit z’n lichaam gehaald, naar het ziekenhuis gebracht en gecontroleerd. Terwijl je voorbereid wordt op de operatie weet je dus nog niet of de longen door de artsen goedgekeurd worden en de transplantatie zal doorgaan. Dat gebeurt simultaan om geen tijd te verliezen, want zo’n stel longen zonder functionerend lichaam blijft slechts enkele uren bruikbaar. Ik heb verhalen gehoord van mensen die tot 4 keer toe opgeroepen waren zonder dat het uiteindelijk tot een transplantatie kwam doordat de longen afgekeurd werden. Ik had geluk: de eerste keer raak.

Nu ben ik niet overdreven pessimistisch ingesteld, maar ik gaf mezelf een kans van 50% dat het allemaal wel goed zou komen. Het hielp natuurlijk niet dat één van de behandelende longartsen, die moest oordelen of een patiënt al dan niet in aanmerking kwam voor transplantatie, ons eerder verteld had dat de toen reeds uitgevoerde pre-transplantonderzoeken een maat voor niks geweest waren, want dat een longtransplantatie in mijn specifiek geval onmogelijk zou zijn wegens verregaande afwijkingen van de luchtpijp. Veel te sterk vergrote diameter van de luchtpijp, ontbreken van bindweefsel dat stevig genoeg voor de hechtdraad, en dat soort medische ongein. De chirurgen dachten er evenwel anders over, en veronderstelden dat ze de boel wel aan mekaar genaaid zouden krijgen. Dus werd ik alsnog op de wachtlijst gezet. Acht maanden was toen de gemiddelde wachttijd. Acht maanden later ging ik onder het mes. Ruim tien uur lang hebben ze zitten snijden, wringen, spoelen, trekken, naaien, en wat nog allemaal. Tussendoor ging m’n lichaam in anafylactische shock, maar niks dat een tijdig toegediende dosis epinefrine (adrenaline) niet kon oplossen. Men begon op een vrijdag te opereren. Toen ze klaar waren, was het zaterdag. Op zondag mocht ik uit narcose ontwaken. Ik zou vanalles kunnen zeggen over die eerste uren en dagen op IC, maar ook weer niet, want ik weet niet precies wat werkelijkheid was en wat niet. Er waren heldere momenten, en er waren momenten waarop het indrukwekkende instrumentarium dat aan m’n lijf hing en onafgebroken piepte en tuutte en tierelierde, eigenlijk muziek bleek te maken. Ik had geen besef van tijd.

Twee dagen later mocht ik naar de nagelnieuwe “mid-care”-afdeling, waar ik helemaal alleen in een vrij grote futuristisch aandoende kamer lag. Ook daar maakten de instrumenten muziek. Die dagen had ik intense pijn. Ik nam al geruime tijd fentanyl en oxynorm, sterke opiaten die ook wel gebruikt worden om heroïne mee te versnijden en soms voor overdosissen zorgen omdat ze nog sterker zijn dan heroïne. Longen bevatten dan wel geen pijnzenuwen, maar het longvlies daarrond des te meer, en dat heb ik geweten. Vóór de operatie lag ik thuis soms kermend in foetushouding op de vloer, niet meer in staat om nog iets te zeggen of te doen door een verlammende pijn bij elke poging tot ademhaling, en zo had ik nood aan steeds zwaardere pijnstilling. (Ik klemde soms een hard voorwerp in m’n armen dat ik zo hard ik kon tegen de borst perste, in een poging de oncontroleerbare pijn te onderdrukken door zelf toegebrachte pijn die ik wél onder controle had. Wat natuurlijk niet lukte. Een mens doet rare dingen in uitzonderlijke situaties.) Eén en ander had evenwel voor gewenning gezorgd, en mede daardoor bleek de (toch wel stevige) pijnstilling die ik na de operatie kreeg niet helemaal voldoende.

Nog eens twee dagen later werd ik naar een ‘normale’ kamer gebracht, waar wel strikte isolatiemaatregelen van kracht bleven. Enkel kort bezoek van naasten, en die moesten in een beschermpakje + handschoenen + mondmasker gehuld worden. Daar was het de luchtbehandeling die muziek maakte. Er staken meerdere slangen uit m’n borst en uit m’n zij, die dienden voor drainage van overtollig vocht, dus m’n bewegingsmogelijkheid was in het begin heel erg beperkt. Ik had ook nauwelijks de spierkracht om voedsel naar m’n mond te brengen.
De meeste slangen verdwenen na enkele dagen (de gaten werden gedicht door er een nietje in te meppen). Toen er nog slechts één drainagebuis uit m’n zij stak, hielpen twee dames van de kine me om aan de rand van het bed rechtop te zitten, en voorzichtig even rechtop te gaan staan, aan beide zijden ondersteund. Toen wist ik het wel zeker: ik zou hier de komende weken nog niet naar buiten stappen. Temeer daar m’n linkervoet verlamd bleek. Tijdens de operatie had ik ter hoogte van m’n linkerknie zenuwschade opgelopen door te lang onbeweeglijk in dezelfde positie te liggen. Verder onderzoek bracht aan het licht dat er reeds bestaande zenuwschade was, in beide knieën, wellicht doordat ik al m’n hele leven te pas en vooral te onpas in kleermakerszit zit. Als kind zat ik zelfs aan de eettafel in een soort halve kleermakerszit. Maar de recente schade die voor de ‘dropvoet’ zorgde, was niet onomkeerbaar en zou wel langzaam weer genezen. Doch voor de revalidatie hielp het niet om terug te proberen stappen, dat één van de voeten er maar wat hing te hangen. Toen die laatste slang uit m’n lijf gehaald werd, was dat alweer een stap vooruit. Met behulp van de rollator kon ik nu zelfstandig naar het toilet sukkelen voor een plasje. De Grote Boodschap bleef uit, m’n darmflora was volledig naar de kloten. Tot op heden is dat deel van m’n spijsvertering niet meer wat het geweest is. Nog steeds bijna dagelijks darmkrampen en tot vier maal daags naar het ‘groot toilet’ moeten, soms vrij plotseling en dringend. Ik las ergens over experimenten waarbij men jouw kak van vóór de operatie bijhoudt, daar de levende darmflora uithaalt, en die nadien op én of andere manier terug in de darmen aanbrengt. Misschien wordt dat in de toekomst wel een normale procedure.

het revalidatietrapje op de afdeling – hoe moeilijk was het in het begin om hierop te gaan staan

Enfin, na heel wat gedoe en oefeningen met een rollator en traptreden kon ik drie weken na de operatie naar huis strompelen. Dan verder revalideren: twee keer per week ‘longrevalidatie’ in het UZ Gent, twee keer per week kine voor de dropvoet, en elke week op en af naar Leuven voor controle.

De eerste twee maanden mocht ik niet zelf met de auto rijden, dus dat zorgde wel voor  logistieke ongemakken, vooral voor vrouwlief die me overal naartoe moest brengen. Twee maanden later kreeg ik een attest dat ik terug zelf mocht rijden, en de frequentie van de controles verminderde. Momenteel is dat om de drie maanden, en één keer per jaar een meer uitgebreide controle met een opname gedurende drie dagen.

Morgenochtend ga ik weer naar Leuven voor de jaarlijkse controle. Ik was eerder van plan om met de trein heen en weer te gaan, want er is een vrij goede verbinding, en bovendien kreeg elke Belg enkele gratis treinritten aangeboden om het coronaleed voor de toeristische sector te verzachten.  Maar no way dat ik op een trein stap net nu het aantal coronabesmettingen aan het ontploffen is. Behoorlijk stom dat die treinritten zo’n beperkte geldigheid hebben.

Groeten,
Guy

****************

Naschrift: Ben jij of één van jouw naasten ook in afwachting van een longtransplantatie, en heb je twijfels of vragen? Stel me gerust eender welke vraag over deze toch wel ingrijpende gebeurtenis, wat eraan vooraf gaat, of wat erna komt. Of over transplantatie van andere organen zoals lever of hart, want bepaalde aspecten verlopen heel gelijkaardig. We gebruiken eventueel een discreter kanaal, als je dat wenst.

2020

Het jaar 2020. We zijn reeds 20 jaar voorbij het magische jaar 2000, het jaar dat in mijn kinderjaren stond voor de verre toekomst. Het jaar waarin de wetenschap en de vooruitgang honger en armoede uit de wereld geholpen zouden hebben, waarin asbest alles brandveilig zou gemaakt hebben, waarin we allen zouden rondzoeven in vliegende wagens op atoomkracht, de wonderbaarlijke energiebron die de menselijke beschaving tot ongekende hoogtes zou tillen. Een onuitputtelijke energiebron die ook wel goed van pas zou komen bij de nieuwe ijstijd die er misschien wel zat aan te komen. Het draaide ietwat anders uit. We zitten reeds een volle twintig jaar in die toekomst, maar de mensheid maakt er nog steeds een onwaarschijnlijke rotzooi van. Don’t get me started over ijstijden of atoomkracht. Het was zelfs niet zeker of we de millenniumbug goed zouden doorstaan, laat staan de koude oorlog, met al onze wetenschap en vooruitgang.

Voor mij persoonlijk was 2019 in ieder geval een jaar van enorme vooruitgang. In 2018 was het nog geen uitgemaakte zaak of ik 2019 zou halen, maar hupla, een nieuw stel longen, en hier zitten we dan. In 2019 ben ik weliswaar tientallen keren naar een ziekenhuis gegaan, maar geen enkele keer was dat niet voor geplande controle of revalidatie. Ik ben geen enkele keer ziek geweest. Vreemd hoe snel een mens dat terug de normaalste zaak van de wereld vindt. De menselijke geest is een wonderlijk iets. Ik neem nog steeds een gigantische hoop medicijnen, op dit ogenblik 118 pilletjes per week. Wanneer je zo’n hele apotheek moet innemen, blijf je natuurlijk niet vrij van enige (momenteel gelukkig eerder beperkte) bijwerkingen. Maar hey, hoor je mij klagen?

Min werkgever (ja, ik heb nog steeds een werkgever) zit niet echt te wachten op mijn terugkeer. Ik vernam dat er in 2020 flink bespaard moet worden. De kans dat ze me opnieuw een loon willen uitbetalen om… ja, om wat eigenlijk te gaan doen? Mijn job is in stukjes gehakt en onder een zevental mensen verdeeld. Ik zou ook fysiek en mentaal bijlange nog geen volwaardige job aankunnen, vrees ik. Voorlopig blijven we maar rustig in de hangmat van de sociale zekerheid liggen. Thuis blijf ik wel bezig met allerlei klusjes en huishoudelijk gedoe, ik heb me nog geen seconde verveeld.

Eén van die klusjes die ik deze week deed, betrof het comfortabeler maken van de hometrainer. Ik wil echt wel opnieuw gemakkelijker korte afstanden kunnen fietsen. Tot aan de bakker, de plaatselijke supermarkt of de halte van tram 20 in Zwijnaarde geraak ik wel, maar het is vrij zwaar en er mag geen al te sterke tegenwind staan of ik geraak niet vooruit. Het ontbreekt me gewoon nog aan spierkracht. Tijdens het ter plaatse trappelen beluister ik graag muziek via de tablet, of gebeurlijk eens een podcast. En zo leek een houdertje voor een tablet aan het stuur van de nepfiets wel een goed idee. Ik moest immers altijd stoppen om een muziekje te zoeken of een reclame boodschap op Youtube te skippen. Ach, het stelt niet veel voor, maar een mens is er toch een tijdje zoet mee. Zoals vaak is denken over hoe je het gaat doen, met zoveel mogelijk gebruikmaking van brol die in het tuinhuis stof ligt te vergaren, al de helft van het werk. Ik diende enkel de beugeltjes te kopen.

Het is vandaag al bijna eind januari, dus we zijn ook al volop bezig met de nieuwe peperplantjes, in kweekbakjes die zelf ook een leutig werkje waren. Alsook heb ik nog een peperplant van vorig seizoen, die in huis overwinterde. In november begon die plots te bloeien en heb ik alle bloeiende takjes weggesnoeid. De laatste rode pepertjes plukte ik in december, waarna ik de plant verder insnoeide. Het plantje ziet er goed uit. Ik ben benieuwd wat dit in 2020 zal geven.

Groeten
Guy

revalidatie alom

Het is dus de bedoeling dat ik mezelf drie keer in de week naar het plaatselijke UZ begeef, om me aldaar telkenmale anderhalf uur over te leveren aan de grillen van een hoop kinesisten en ergotherapeuten, en dit tot zes maanden na de longtransplantatie. Ik ga slechts twee keer in de week, wat in de praktijk vaak neerkomt op één keer in de week. Want druk-druk-druk en al. Zeker toen februari 2019 de allures kreeg van een lentemaand die al behoorlijk veel zin had in de zomer. Ik heb alle klussen kunnen doen die ik hoopte te kunnen doen in februari. De kiekenskooi aanpakken en upgraden, graven en beton kappen tegen rattengespuis, geboompte te lijf gaan met een kettingzaag en reduceren tot stoofhout, mijn kleine serre weer helemaal klaar maken, en nog een heleboel klussen waarvoor ik de laatste jaren niet meer de kracht en de mogelijkheid had. ‘Zolang we maar gezond zijn’ en zo. Terwijl ik dan naarstig in den hof bezig was, heb ik enkele keren gebrost voor de revalidatiesessie, foei foei nog eens aan toe. Maar kom, met zakken van 25 kg zand en cement rondhossen en zagen en kappen en graven en doen is revalidatie genoeg, dacht ik in al mijn passieve agressiviteit en medische onwetendheid. En als ik wél naar de revalidatie ging, was ik soms gewoon al te moe en mijn spieren te verzuurd om mijn revalidatieoefeningen nog goed te kunnen doen.


Anyway, de laatste driemaandelijkse inspanningstesten in het UZ-Gent waren best ok. Op de quadriceps na, waren alle resultaten beter dan ze de laatste drie jaar geweest zijn. De revalidatie werkt, niet alleen om aan te sterken na een periode van invaliditeit en een heel zware operatie, maar ook om de neveneffecten van de medicatie tegen afstoting te compenseren. Die medicatie vreet een mens z’n spieren zo ongeveer op.

In dat heerlijke laatste weekend van februari heb ik de eerste vlinders van het jaar gespot (twee citroenvlinders), en ook voor het eerst terug een bescheiden eindje op straat gefietst. En twee dagen later naar de tramhalte gefietst en een tram genomen naar de stad om daar nog een stuk te wandelen tot aan het stadhuis, voor de verrassingsafscheidsdrink die de collega’s van vrouwlief voor haar georganiseerd hadden.

citroenvlinder (foto van lhttp://www.hoogsteen.nl)

Februari was al bij al fysiek een zware maand voor mij, maar behoorlijk productief en o zo belangrijk, een keerpunt in mijn leven eigenlijk. Laat de rest van mijn leven maar komen, ik ben er fokking klaar voor.

Intussen is maart begonnen vol wind en regen. Hier en daar kan ik tussen twee buien door nog één en ander doen, maar ik ben zo content dat ik in februari al zoveel kon doen. En gewoon content zijn, het maakt niet eens uit met wat, dat is volgens mij het beste wat het leven te bieden heeft. Joehoe!

Groeten,
Guy


tekening van citroenvlinder, Pieter Holsteyn, ca. midden 17de eeuw (foto https://data.collectienederland.nl )