wat extra licht tijdens donkere dagen

Een kleine vier jaar geleden, niet lang nadat m’n ‘tweede leven’ zich na veel gedoe aangediend had, trachtte ik voor de eerste keer zelf enkele pepertjes en paprika’s te kweken, volstrekt ondeskundig, en gebruik makend van zaadjes uit supermarktvruchten. Tomaatjes had ik al vaak geteeld, maar nog nooit zelf gezaaid.
Dat lukte allemaal aanzienlijk beter dan ik had gehoopt – laat staan verwacht. Doch m’n zaailingen waren lang en slungelig, en pas in augustus kon ik de eerste vruchten oogsten.

Het jaar nadien prutste ik met wat rommel en enkele leds een redelijk onnozel minigroeilampje in mekaar, alsook een minipropagator.  De zaadjes ontkiemden heel snel door de extra warmte, en de zaailingen groeiden als kool door het extra licht. Ik maakte de fout van de zaailingen te lang in de warme propagator te laten, en ik kreeg alsnog langgerekte zaailingen. Desondanks groeiden ze sneller en beter. Het lampje is veel te klein voor planten groter dan prille zaailingen, maar het is de voorbije jaren al heel nuttig gebleken. (klik op de foto’s om te vergroten)


In m’n tuinkot stond een defecte leeslamp al twee jaar te wachten op een betere bestemming dan het verzamelen van stof. Die lamp bouwde ik om tot een flexibele en wat grotere groeilamp. Dat gaf goede resultaten, maar de lamp was was eigenlijk nog steeds te klein voor m’n zaailingentafeltje aan het raam.


Begin dit jaar ging ik, alvorens te zaaien, opnieuw aan het knutselen.  Het resultaat was iets waarmee ik extra licht over een wat grotere oppervlakte kon geven. Het moest verstelbaar zijn in hoogte, om mee te gaan met de groei van de plantjes, en het mocht geen zonlicht tegenhouden – want dat is natuurlijk het allerbeste groeilicht. En het moest heel goedkoop te maken zijn, en in ieder geval heel energiezuinig. Met de huidige enigszins uit de hand gelopen energieprijzen ben ik daar nu heel bij om. En het gaf een mooi resultaat. (klik op de foto’s om te vergroten)


Eerder dit jaar zaaide ik zonnedauw, wat me twee mooie plantjes opleverde. Eentje heb ik op een slaapkamer aan een raam gezet. Helaas heeft onze woning weinig zonnige plekjes die geschikt zijn voor planten, en de beschikbare plaats op een zonnige vensterbank is nogal beperkt. De tweede zonnedauw kreeg een plekje op een plaats in huis die eigenlijk te donker is. Omdat ik het met veel ijver opgekweekte plantje niet wou laten verpieteren, flanste ik met een restje groeiledstrip, wat afvalhout en een overschotje verf een extra lamp in mekaar, speciaal voor dat plantje. Nu ben ik heel benieuwd om beide plantjes na het aankomende voorjaar opnieuw met elkaar te vergelijken.


Tip: als je plantjes aan een raam of onder en lamp zet, dan zal een reflecterende folie de hoeveelheid nuttig zonlicht voor de plantjes aanzienlijk verhogen. Je kan bijvoorbeeld ook een oude spiegel gebruiken. Zelfs een vel wit papier helpt. Ik gebruikte een restje radiatorfolie.



Ik schafte me ook twee extra ledlampen aan om tijdens de somberste donkere dagen gedurende enkele uren te laten branden. Niet meer dan dat, want energiekost en zo. Die lampen geven een zee van wit licht, maar worden helaas nogal warm aan de bovenkant en zijn niet enorm stevig gemaakt. Ze zijn dan ook spotgoedkoop. Een lamp sneuvelde deze winter in m’n tuinkot. Ik heb nu met koelpasta extra koelvinnen uit m’n elektronicaspullen bevestigd op de resterende lamp, om de levenduur hopelijk noemenswaardig te verlengen.



We sluiten intussen stilaan 2022 af, en in m’n lochtingste zijn slechts nog vier rode kolen, enkele gelijkgekleurde bietjes en een stuk of wat preistengels te vinden. Maar ik popel alweer om in februari aan het volgende moestuinseizoen te beginnen.



Groeten,
Guy



Vragen of opmerkingen? Shoot!

minitomaatjes: keuzestress

Zaaien in een klein lochtingske is ook altijd een beetje keuzestress. Zo heb ik zaad van vier soorten kerstomaatjes. Welke groeiden nu weer het best, hadden het meest opbrengst en welke waren het lekkerst? Maar kan je die uit een serre qua smaak wel zomaar vergelijken met in open lucht gekweekte exemplaren? En hoe kleiner het lochtingske, hoe prangender de keuze. Kan tellen, zo qua first world problem.

Ik heb zaadjes van ‘Piccolo’, alsook van afstammelingen van een niet nader gespecifieerd tomatenplantje dat ik jaren geleden kocht bij een lokale neringdoener, en van in de supermarkt gekochte tomaten die ik bij gebrek aan beter “Mini-Pruimtomaatjes van Delhaize” (MPD) en “Zoete Minitomaatjes van Delhaize” (ZMD) noem. Dit jaar ga ik ze alle vier in precies dezelfde omstandigheden opkweken: op dezelfde plaats, in dezelfde potten en in dezelfde potgrond. De tomaatjes zullen vervolgens beoordeeld worden door een volstrekt ondeskundige jury onder leiding van mezelf, en bestaande uit mezelf, vrouwlief en eventueel bezoek. De kinderen onthouden zich – zij trekken immers hun puberneusje op voor eender welke tomaat die niet tot saus zonder brokjes of tot ketchup getransformeerd is. Volgend jaar zaai ik slechts één, mogelijks twee soorten kerstomaatjes. Minstens twee van de vier variëteiten gaan de vergetelheid tegemoet en gooi ik uit het bakje waarin ik de enveloppen met zaadjes bewaar.

Of dat wel goed een resultaat geeft, zo met zaadjes van tomaten uit de supermarkt? Jazeker!
Vorig jaar probeerde ik de variëteit “Smaak Tomaten van Delhaize” (STD), en dat gaf geweldig mooie planten met een grote opbrengst aan heerlijke tomaten. Dit jaar zaaide ik er meerdere.

Ik heb de vier concurrerende tomatenplantjes vandaag verspeend in hun definitieve emmer pot. Voorlopig blijven ze nog even beschut in de kas staan, maar later krijgen ze een mooi zonnig plekje. Let the games begin – tomaatjes, 👏 groeien maar!

Op de foto zie je ook onderstaande vreemde constructie. De komkommers in de serre geven altijd zo’n woekering. Ik probeer de uitlopers dan met touwtjes naar omhoog te leiden, maar dat is altijd een gedoe en de takken plooien steeds om de touwtjes naarmate ze zwaarder worden door de groeiende komkommers. Meer zijdelingse ruimte geven is geen optie want de hele kas in kwestie is geen vijf vierkante meter groot, en er moet ook nog tomaat, peper en paprika in.  Ik hoop dat ik de komkommer hiermee nu beter in de hoogte kan leiden.

Op de vorige foto is er in de linkerbovenhoek nog een stukje te zien van m’n opbindtouw. Ruim 15 jaar geleden tikte ik bij m’n werkgever zo’n rol op de kop, met enkele kilometers aan draad van natuurlijke vezel. Perfect om bijvoorbeeld tomaten op te binden. Helemaal niet stiekem achterovergedrukt of zo. Wellicht werden er allerlei testen uitgevoerd op het touw (treksterkte, brandweerstand, controle op residu van pesticiden,… kan vanalles zijn). Daarvoor is dan een klein stukje materiaal nodig, maar de opdrachtgever stuurt een hele rol. Het ongebruikte deel van het staal wordt een bepaalde tijd bewaard voor eventuele bijkomende testen of tegenanalyses, en wordt na die tijd verwijderd. Doorgaans belanden die spullen allemaal in de afvalcontainer, tenzij ze tijdig onderschept worden voor een nuttiger bestemming. Enfin, allemaal naast de kwestie, ik wou gewoon tonen dat dit een handige manier is om zoiets op te hangen/bergen.

Dat touw knip ik dan met een – jawel – eveneens van het schroot geredde schaar. Ik had niet meteen een boutje met een meer gepaste lengte voorhanden voor de kapotte schaar, maar hey, het ding doet perfect wat het moet doen, en wie ben ik om daarover dan moeilijk te doen?

Groeten,
Guy

Verslag van de minitomatenwedstrijd (Boeieuh! 🙄)

De planten (VLNR: MPD, KT, PIC, ZMD)


De gezondheid van het blad op 23/06/2021:

De vruchtvorming op 23/06/2021:

tomaten 2020

Gisteren was ik de laatste tomaat van dit jaar aan het opeten, bij een boterham met kaas en hesp, toen ik dacht ‘Misschien kan ik nog eens een stukje over tomaten schrijven’. De gedachte werd onmiddellijk gevolgd door deze: ‘Ge gaat toch weer niet over uw tomaten beginnen zeker’. Maar wat zou ik daarover diepgaander zitten filosoferen. Gewoon doén, als ik daar zin in heb, want het leven is te kort, en de mij toegewezen tijd te dierbaar om te verkwisten aan overpeinzingen die me nergens heen leiden.
Eerder maakte ik al gewag van m’n moestuinavonturen met tomaten in deze stukjes:
https://mijnemoestuin.home.blog/2019/06/02/some-say-tomahto-some-say-tomayto/
https://mijnemoestuin.home.blog/2019/11/22/some-say-tomahto-some-say-tomayto-deel-ii/

Waarom dan in herhaling vallen? Wel, 2020 mag dan in vele opzichten een jaar zijn dat we over een kleine twee maanden gaarne collectief in een diepe vergeetput gooien, om die put vervolgens af te sluiten met een molensteen van jewelste, maar het jaar leverde wel me een verdomd mooie tomatenoogst op.

We hebben vier maanden lang verse tomaatjes gegeten, en vleestomaten verwerkt tot spaghettisaus en pizzasaus alsof het een lieve lust was. Nu klinkt het mogelijks een beetje misleidend alsof die tomaten hier op semi-industriële schaal verwerkt werden, dus om het even in het correcte perspectief te plaatsen: ik had welgeteld 19 tomatenplantjes, waarvan zowat de helft in de serre.

De eerste tomaat van het jaar, dat geeft altijd veel voldoening. Je hebt in het voorjaar een piepklein zaadje in een beetje grond gestoken, het plantje verzorgd en helpen opgroeien, en het bezorgt je dan zoveel lekkers. Ik speelde even met het idee om het met een huisdier te vergelijken, maar een tomatenplant kakt niet overal in het rond en zeurt niet wanneer je het eens een dag niet te eten geeft. Er zijn vast voldoende andere redenen, en betere, om de vergelijking een beetje onnozel te vinden.

Het verorberen van de laatste tomaat betekent evenwel niet dat het vandaag, 12 november, reeds helemaal uit is met de tomatenpret. In de diepvriezer zitten er nog minstens één portie spaghettisaus en een stuk of wat porties pizzasaus. Ooit schreef ik een stukje over diepvriespizza, en hoe je die (iets) lekkerder kan maken, maar die pizzavormige eenheidsworst speelt zich toch af in een geheel andere categorie als zelfgemaakte verse pizza.

Intussen zijn de laatste tomatenplanten naar de compostbak verwezen. Hun organische moleculen kunnen nu rustig reïncarneren in pissebedden of wormen, en later in knopkruid, radijzen of nieuwe tomaten. De kringloop van het leven. Ongeveer alles wat je eet, was ooit in atomaire of moleculaire vorm bestanddeel van uitwerpselen van weet ik veel welke dieren allemaal, in de loop van vele miljoenen jaren. “Alles wat wij opeten, werd ooit door een beest uitgescheten”, om het iets plastischer uit te drukken, en het rijmt nog ook. Maar laten we, om verdere wansmakelijkheden te vermijden, het hier toch maar voornamelijk hebben over m’n tomaten. Ik heb weer buitenproportioneel veel foto’s van de tomaten. Radijzen en selder zijn klaarblijkelijk minder fotogeniek.

Eind september werd het te koud en te nat voor de tomaten die buiten stonden. Zodra de groene tomaten een normale grootte hebben, kan je ze groen plukken en in huis verder laten afrijpen. Dat lukt prima. In de serre mochten ze blijven hangen tot midden oktober.

Onlangs las ik het stukje van een collega moestuinblogster over haar recente zadenshop. Het begon te kriebelen, en aldus bestelde ik enkele zaden. Ik moest me beperken, want kleine moestuin en kleine serre, maar ik kijk nu al uit naar de tomaten ‘Aunt Ginny’s Purple’, ‘Marmande’ en ‘Piccolo’ in 2021.

Daarnet had ik het over zelfgemaakte pizzasaus. Dat is een gemakkelijke manier om een tijdelijk overaanbod aan (vlees)tomaten om te zetten in iets smakelijks dat je lang kan bewaren. Je vindt genoeg recepturen op het WWW.  Wat ik teveel heb, vries ik in in dunne plakjes – op die manier is het heel snel te ontdooien.

Zo’n zelfgemaakte pizza ziét er niet alleen smakelijker uit, het ís ook smakelijker. So say we all!

Groeten,
Guy

Opmerking achteraf:
We hadden buiten het tomatenseizoen in de supermarkt eens tomaten gekocht die ik heel lekker vond. Ik had daarvan zaadjes bewaard en die heb ik dit jaar gezaaid. Het werden flinke tomatenplanten die mooi rechtop bleven groeien, en een grote opbrengst aan heel lekkere tomaten hadden. Geen idee welke variëteit het is. Ik noem ze dan maar gewoon “smaaktomaten van Delhaize”. Ik zaai ze zeker opnieuw in 2021.

some say tomahto some say tomayto – deel II

Het is momenteel nogal stillekes in mijn klein lochtingske. Behalve enkele rode bieten en wat peterselie is daar niks meer te zoeken. Kleine potjes en stekjes die op het terras stonden, zijn verhuisd naar de serre om winterse koude te trotseren, en bij vriestemperaturen krijgen ze nog een deken over zich heen in de vorm van een vlag met het bedrijfslogo van m’n geliefde werkgever. Ik heb jaren geleden, toen het bedrijfslogo weer eens veranderde en ik nieuwe vlaggen liet maken, enkele oude vlaggen meegenomen naar huis, in plaats van ze weg te gooien. Enfin, oude… ze zaten nog in de verpakking. Zo’n vlag is gemaakt van een lichte doch stevige stof, en ik gebruik die voor verschillende dingen. Bijvoorbeeld om de zaagmachine op te zetten wanneer ik een hoop stoofhout moet verzagen, zodat het gras niet vol zaagsel ligt. Of om het snoeisel van de klimop van de afsluiting op te vangen. Of om voor de serre te draperen bij extreem warm weer. En dus ook om plantjes wat extra vorstbescherming te geven.

Eergisteren, na de eerste nacht met stevige nachtvorst, heb ik iets bijgeleerd. In ons tuintje staat een ginkgo biloba. Zo’n ginkgo is best een mooie boom, en ook bijzonder, in die zin dat het een loofboom noch naaldboom is. Het is de enige soort die nog overblijft van een aparte prehistorische familie van planten. Zie ook Wikipedia, mocht het je onverhoopt iet of wat interesseren.  Dinsdagochtend zag ik dat die boom héél veel bladeren verloor, als een soort regen van gouden bladeren, en tegen de middag was de boom helemaal kaal. De avond ervoor was er nog bijna geen enkel blad afgevallen. Blijkt dat het typisch voor de ginkgo is, dat die in de herfst alle bladeren ongeveer op hetzelfde moment verliest, soms op enkele uren tijd. Die boom staat daar nu al een kleine 15 jaar, maar ik had dat nog nooit gezien.

het was wel gemakkelijk dat alles in één keer kon opgeruimd worden
(de kiekens waren trouwens erg blij met enkele kruiwagens
verse bladeren om in te scharrelen)

Maar goed, luidens de titel boven dit stukje zouden we het over tomaten hebben. Ik had deze gezaaid op 8 maart. Wat hebben we intussen geleerd? Het was de juiste datum om tomaten in huis te zaaien. Je zaait ze best 8 à 10 weken vooraleer je ze buiten kan uitplanten, en dat is normaal gezien rond half mei. Als je ze vroeger zaait in huis, moet je ze voldoende plaats en licht kunnen geven, en ze zijn dan klaar om te planten op het ogenblik dat er nog teveel kans op nachtvorst is. Het mengsel waarin ik ze zaaide was wellicht niet zo ideaal, en misschien konden ze wat meer licht en voeding gebruiken tijdens de weken dat ze in huis stonden. Je ziet op de foto’s dat ze wat een de bleke kant waren, toen ze naar buiten mochten. Je kan groeilampen kopen om ze binnen meer licht te geven, maar ik opteer ervoor om het zo low-budget mogelijk te doen. Ik ga wel wat experimenteren met een superzuinige en kleine LED-verlichting, die ik zelf ik mekaar knutsel. Gewoon als klein beetje extra licht na het ontkiemen.
In deel I, dat je doodgewoon hier kan terugvinden, waren we geëindigd met de eerste bloemetjes zo rond eind mei/ begin juni. Vanaf dan gaat het eigenlijk snel. Tomaten zijn zo leutig om zelf te kweken: vrij veel oogst, gespreid over een maand of drie, en je kan er heel veel mee doen. Eigenlijk zou ik graag nog méér tomaten kweken, maar de plaats in de serre is beperkt: er stonden zeven tomatenplantjes in. Dat ging allemaal goed, al viel het aantal kleine tomaatjes wat tegen, zowel bij de gele als de rode. Maar verder: kilo’s tomaten van die enkele planten. De laatste heb ik geoogst ergens in oktober.

Er stonden ook tomaten buiten de serre. De oogst daarvan was een pak minder. Er kwamen wel veel vruchten aan, maar de kerstomaatjes (kers-tomaatjes, niet te verwarren met kerst-omaatjes) barstten snel, en de grotere tomaten werden snel bruin en oneetbaar. Zelfs al waren de weersomstandigheden volgens mij vrij gunstig, zeker de helft van die buitentomaten onderging het sombere lot van verbanning naar de donkere muil van het compostvat, alwaar totale verrotting onverbiddelijk hun deel werd. Rijpe vleestomaten met een bruine plek op, zijn wel nog perfect bruikbaar voor soep of saus, gewoon het bruine stuk afsnijden. Bij die vleestomaten is het ook steeds uitkijken naar de binnenkant. Ze rijpen van binnenuit, en soms gebeurt het dat ze vanbinnen al zwarte plekken krijgen terwijl er aan de buitenkant niks te zien is. Rood vanbuiten en rot vanbinnen, om één of andere reden moet ik daarbij spontaan denken aan de voormalige Brusselse burgemeester Mayeur, die overigens – net als die rotte tomaten – ook in een gapend zwart gat verdwenen is. Maar we dwalen weer enigszins af. Vleestomaten niet gewoon in de pot gooien zonder eerst binnenin te kijken. Slechte stukken wegsnijden, de rest mag in de pot. Wanneer ik eens wat geschikt afvalmateriaal heb, ga ik een eenvoudig afdakje maken voor de tomatenplanten buiten de serre. Dat helpt al veel.  Ja, ik weet het, tegenwoordig kan je van die goedkope plastieken serretjes kopen. Maar dat is brol. Het frame is erg licht en heel zwak, en de plastiekfolie is na twee jaar ook al niet veel meer waard. Wegwerpserres als het ware. Als ik brol wil, zal ik zelf wel iets in mekaar steken met een hoop… andere brol.

Ook op het terras had ik enkele tomatenplanten gezet, in bakken. Laat ons, bij wijze van understatement, zeggen dat het geen groot succes was. Ik had het lumineuze idee om in elke bak ook stinkertjes te planten. Ik denk dat die alle voedingsstoffen van de tomatenplanten afpakten – en hop, daar is Mayeur weer! Ze groeiden in ieder geval veel beter dan de tomaten. En misschien was twee tomaten per pot wat te optimistisch. Volgend jaar probeer ik opnieuw, maar gewoon met één tomatenplant per pot.

En dan gaan we nu over naar de prentjes!

In september werd het erg regenachtig. De tomaten die nog buiten hingen en nog niet rijp waren, zouden rotten. Die heb ik geplukt om binnen verder af te rijpen: luchtig en droog op krantenpapier, op het fruitrekske in het waskot.
In de serre kon ik eind oktober nog de laatste tomaten oogsten.

Groeten,
Guy

some say tomahto some say tomayto

Weinig dingen gaan boven verse tomaten, zo qua groensels op de talloor. Diegene die begin te zeuren dat een tomaat eigenlijk geen groente is, maar een vrucht of zo, die mag nu een leuke boom of iets gelijkwaardigs zoeken om in te kruipen. Wegens boeieeeuh.

Ik kweek al zelf tomaatjes sedert ik mijn kleine serre heb. Zelfs toen het qua gezondheid allemaal wat moeilijker ging, bleef ik tomaatjes kweken. Tot nog toe kocht ik steeds plantklare tomatenplantjes in de lokale kleinhandel, want die heeft het al moeilijk genoeg, maar dit jaar probeer ik het met zaadjes gewonnen uit m’n oogst van vorig jaar. Geen idee welke variëteiten het zijn. Ik noem ze gewoon: vleestomaten, gewone trostomaten, kleine tomaatjes, kleine gele tomaatjes,…. Die zaadjes winnen is eigenlijk gemakkelijk. Als je een tomaat bijt, spuit het zaad er vanzelf al uit, wat al voor vele schunnige dubbelzinnigheden gezorgd heeft die we, tegen beter weten in, laten doorgaan als humor. Ik liet die zaadjes drogen op een velletje keukenrol – de multifunctionaliteit daarvan is grenzeloos – en bewaarde dan die in een papieren enveloppe. De zaadjes altijd laten vergezellen van een doeltreffende vermelding van welke zaadjes het zijn! Want als ik denk ‘die linkse zaadjes hier van de kleine tomaatjes en die rechtse van de vleestomaten’, dan mag je er zeker van zijn dat ik dertig seconden later niet meer weet welke zaadjes wat zijn – ik overschat mezelf wel vaker wat dat betreft. En ik zou mezelf niet zijn mocht ik daar nieuwe enveloppen voor gebruiken. Goed zot! Ik heb nog een hele pak enveloppen die op het werk bij het afval mochten omdat het bedrijfslogo veranderd was. Telkens er in een bedrijf een ander extern communicatiebureau ingehuurd wordt, moet het bedrijfslogo eraan geloven. Dat lijkt wel een economische wetmatigheid. Maar goed, ik heb we indruk dat we enigszins afdwalen.

Het wereldwijde web van wijsheid had me geleerd dat je tomaten vanaf maart in huis kan zaaien, en dat je die dan in de serre kan zetten zodra het in de serre ’s nachts niet meer kouder wordt van 10°C (want anders groeistop), in de praktijk dus eind april / begin mei.  Zo gezegd, zo gedaan.

8 maart: Verschillende soorten gezaaid in wc-rolletjes, en op de radiator gezet.

zaaikalender ‘Diana’
zaaikalender ‘Velt’

14 maart: Joehoe! De zaadjes zijn zo goed als allemaal ontkiemd. Aan de vensterbank gezet om ze voldoende licht te geven.

29 maart: De mooiste plantjes (ongeveer de helft) heb ik – met wc rolletje en al – verspeend in potjes. Dat met die wc rolletjes werkt echt wel goed. Je ziet dat het erg goed verteert en de wortels niet tegenhoudt, en het is gemakkelijk om ze zo met intact wortelkluitje te verspenen.

5 april: Ook de overige plantjes in potjes gestoken en in de serre gezet.

18 april: Mooi weer -> alle plantjes die nog in huis aan de vensterbank stonden naar de serre verhuisd.

(niet enkel tomatenplantjes op deze foto)

14 mei: Intussen hebben we nog een koude periode gehad met nachttemperaturen onder de 10°C, maar half mei heb ik de plantjes uiteindelijk op hun definitieve plaats geplant in de serre. Er kunnen slechts enkele tomatenplanten in m’n kleine serre, de rest heb ik in potten op een zonnige plaats op het terras gezet, en enkele in volle grond in mijn lochtingske. Ik heb er hier en daar ook stinkertjes bij gezet.

30 mei: De tomatenplanten die in de serre geplant zijn, groeien opmerkelijk sneller dat de planten op het terras en in volle grond.

01/06: De eerste bloemetjes en diefjes dienen zich aan! De planten in de serre zijn al 50 tot 70 cm groot, dus ze zijn al sterk genoeg om aan bloemetjes te beginnen. De diefjes gaan er natuurlijk onverbiddelijk af.

* wordt vervolgd *

Groeten,
Guy